Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij hebben dus

P v8 2 <7

of

v — V 2 g h, (1)

zoodat de uitstroomingssnelheid gelijk is aan de snelheid die een vooricerp krijgt, als het van de hoogte li valt (Wet van Torricelli).

Deze regel geldt ook wanneer de vloeistof door een opening in een zijwand uitstroomt, en zelfs, wanneer zij door een opening in een horizontalen wand, b.v. in den wand AB in Fig. 185 (p. 818) naar boven spuit. Door zijn snelheid zou elk vloeistofdeeltje dan tot een hoogte gelijk aan die van den vloeistofspiegel S kunnen opstijgen, als dit niet door de ontmoeting met de weer terugvallende deeltjes belet werd. Bovendien wordt in alle gevallen de uitstroomingssnelheid verkleind door de wrijving.

Bestond er in het geheel geen wrijving, dan zou ook bij de uitstrooming door een hevel de afgeleide formule gelden.

b. Zeer eenvoudig is ook de berekening der uitstroomingssnelheid als op het oppervlak der vloeistof nog een druk, b.v. die vau een samengeperst gas, werkt. Men kan nl. den arbeid van dezen druk in de berekening opnemen, of wel zich boven S nog een vloeistofmassa aangebracht denken, die door haar gewicht een druk op S teweegbrengt, even groot als de overmaat van den werkelijk bestaanden druk boven dien van de atmospheer. Men moet dan in de formule onder h de totale hoogte verstaan, die de vloeistof daardoor heeft gekregen.

Mag men van den invloed der zwaartekracht afzien, en overtreft de druk in het vat den druk daarbuiten met een bedrag p, terwijl de dichtheid d is, dan heeft men voor den arbeid van den druk bij het uitstroomen van een

kleine massa m, Door dit gelijk te stellen aan de verkregen kinetische

energie, vindt men voor de uitstroomingsnelheid v -vw

Bij gelijken druk is zij dus omgekeerd evenredig met den vierkantswortel uit de dichtheid.

v. De omgekeerde beweging, waarbij de vloeistof door een opening in het

Sluiten