Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doorlaat als B en C te zamen, dan wordt de weerstand x daarvan bepaald door

p — p _ p—li , P — P x ~ rx r3 '

of

rx ra

x— —V-5-.

r^ + ri

b. Wij kunnen in een buis met den weerstand r een vloeistroom i teweeg brengen, wanneer wij de buis tusschen twee cilindrische vaten brengen, en op daarin passende zuigers de uitwendige drukkingen p, en p.2 uitoefenen. Wij moeten dan (§ 207, c) per tijdseenheid een arbeid (px — pt) ? verrichten, waarvoor wij mogen schrijven is r. Met dit bedrag moet de energie van het stelsel toenemen, en daarbij is nu alleen sprake van de warmteontwikkeling in de langs elkander wrijvende vloeistoflagen. De hoeveelheid warmte die in de seconde ontstaat is dus

i2r

(E mechanisch warmte-aequivalent).

Tot dezelfde uitkomst geraakt men door in het geval van Fig. 203 op de verandering der potentieele energie te letten.

Ten slotte vermelden wij nog dat ook het in deze § gezegde grootendeels bij gassen doorgaat; alleen worden hier door de veranderingen in dichtheid de verschijnselen iets ingewikkelder.

§ 214. Invloed der inwendige wrijving op andere bewegingsverschijnselen. Niet alleen bij de strooming door buizen, maar in het algemeen bij elke beweging eener vloeistof bemerkt men den invloed, zoowel van de inwendige wrijving tusschen de verschillende vloeistoflagen als van de krachten waarmede de vloeistof en vaste lichamen die zij aanraakt, op elkaar werkeji. Men mag wel aannemen, althans in de meeste gevallen, dat tengevolge dezer laatste krachten het vloeistoflaagje dat in onmiddellijke aanraking met een va^t lichaam is,

Sluiten