is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

barometerstand, den druk van het gas kennen. Natuurlijk moet men bij de berekening der proeven de uitzetting van bet glas niet over het hoofd zien. Hoe men, eenmaal x kennende, met dezen toestel ook temperaturen kan meten, hoe hij dus een luchtthermometer mag lieeten, behoeft geen betoog.

Het meest algemeene vraagstuk over de veranderingen van druk, volume en temperatuur is het volgende: Wanneer onder een druk p en bij een temperatuur t een gas het volume v inneemt, hoe groot eal dan het volume v' zijn, wanneer de druk p' en de temperatuur t' wordt? Laat men eerst den druk constant, en doet alleen de temperatuur in t' overgaan,

dan wordt het volume v pqï~y* Vervolgens kan men, bij

de standvastige temperatuur t', den druk tot p' doen toenemen, en hierbij de wet van Boyle toepassen. Het antxooord op de vraag is derhalve

p 1 -)- x t'

V = V-,rr-j- T (4)

p 1 + <* t

Deze formule vindt een toepassing in al die gevallen waarin men de hoeveelheid van een gas bepaalt door het volume te meten. Men moet dan ook den druk en de temperatuur waarnemen en kan, om verschillende uitkomsten vergelijkbaar te maken, elke meting herleiden tot een druk van 76 c.M. en een temperatuur van 0°.

Daar x = is, kan men voor (4) schrijven

p 273 +t'

V V p' 273 -f t'

Verbeeldt men zich nu een punt op de thermometerschaal, 273° beneden het nulpunt, dan stellen 273 -|- t en 273 -f- t' de temperaturen voor, die het gas achtereenvolgens gehad heeft, wanneer men het aantal graden van het bedoelde punt af telt. Wij zullen deze temperaturen de absolute noemen en door T en T' voorstellen. De vergelijking kan dan aldus geschreven worden:

(5)