Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De scheikundigen hebben bij gasvormige lichamen een aantal zoogenaamde dissociatieverschijnselen waargenomen, zooals b.v. de splitsing van N, 04 in 2 N Os, die van P C(, in P Cl3 en Cls. In deze en dergelijke gevallen kan men niet zeggen dat voor de ontleding een bepaalde temperatuur noodig is, zoodat beneden die temperatuur geen en daar boven een volledige splitsing in de twee bestanddeelen zou plaats hebben. Integendeel, de temperatuur waarbij de dissociatie het eerst merkbaar wordt, en die, waarbij zij voltooid of althans ver gevorderd is, liggen meer of min uiteen, en bij eiken daartusschen gelegen warmtegraad is een bepaald gedeelte der stof ontleed, een gedeelte, dat grooter wordt bij verdere verwarming. Keert men na een verwarming tot de aanvankelijke temperatuur terug, dan wordt ook weer de oorspronkelijke graad van dissociatie bereikt.

Om dit alles te begrijpen moet men vooreerst in het oog houden dat in een gasmassa niet alle molekulen met dezelfde snelheid voortgaan. Twee veerkrachtige bollen, die eerst dezelfde snelheid hebben, maar in richtingen die een hoek met elkaar maken, zullen in den regel na een botsing met verschillende snelheden uiteengaan. Iets dergelijks heeft met de molekulen van een gas plaats, zoodat, al waren voor een oogenblik alle snelheden even groot, door de botsingen verschillen zullen ontstaan. Zelfs bij betrekkelijk lage temperatuur kunnen nu eenige molekulen snelheden hebben, overeenkomende met de gemiddelde snelheid bij vrij wat hooger temperatuur, snelheden, groot genoeg om bij een botsing een uiteenvallen tengevolge te hebben.

Dat echter bij elke temperatuur niet meer dan een bepaald gedeelte der stof ontleed is, heeft de volgende oorzaak. Zoodra eenige molekulen ontleed zijn, bestaat er ook gelegenheid voor een omgekeerd verschijnsel. Twee van de atoomgroepen die door de dissociatie ontstaan zijn, kunnen elkaar ontmoeten, en daarbij kan het gebeuren, al zal het niet altijd plaats hebben, dat zij zich weer verbinden. Naarmate nu reeds meer molekulen ontleed zijn, wordt de kans op ontmoetingen van den laatstgenoemden aard gunstiger. Eindelijk ontstaat een

Sluiten