Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het verdient opmerking dat ook de botsingen der deeltjes van de eene tegen die der andere laag den overgang van een zekere hoeveelheid arbeidsvermogen van beweging, d. w. z. van een zekere hoeveelheid „warmte", ten gevolge hebben. Bij gassen van niet te groote dichtheid treedt dit intusschen op den achtergrond en kan men de warmtegeleiding als een vermenging der lagen van verschillende temperatuur opvatten.

§ 226. Inwendige wrijviug. Hiervan (§ 213) kan bij gasvormige lichamen een dergelijke verklaring gegeven worden als van de warmtegeleiding. Heeft een gas een stroomende beweging» dan zullen alle molekulen, behalve de onregelmatige warmtebeweging, nog een gemeenschappelijke snelheid („stroomsnelheid") in een bepaalde richting hebben. Is nu deze (Fig. 202, p. 337) naar rechts gericht, en boven het vlak V grooter dan daar beneden, dan zal dit verschil kleiner worden door de uitwisseling van deeltjes tusschen de beide lagen. Inderdaad, daarbij worden beneden V molekulen, die behalve de warmtebeweging een kleine snelheid naar rechts hebben, vervangen door andere met een grootere snelheid. Bij de botsingen die deze ondergaan met de molekulen, die reeds beneden V waren, zal zich die grootere snelheid over al de deeltjes beneden V verdeelen, maar natuurlijk wordt dan de snelheid, die de geheele laag naar rechts vertoont, grooter dan zij eerst was. Boven V heeft het omgekeerde plaats en voor den waarnemer komt alles op hetzelfde neer, alsof geen stof door het vlak was heengegaan, maar wat daarboven ligt het andere deel door een tangentiale kracht had medegesleept.

Wij zagen in § 213 dat wegens de inwendige wrijving een zeker drukverschil vereischt wordt om een vloeistof of een gas door een enge buis te drijven. Bij een gas kan men zich van hetgeen er in de buis plaats heeft, op de volgende wijze een voorstelling maken. De buiswand is ook zelf uit molekulen samengesteld en met een verdichte gaslaag bedekt. In die laag komen onophoudelijk nieuwe deeltjes uit het binnenste der buis, terwijl andere molekulen de grenslaag verlaten. Al hebben nu de eerstgenoemde molekulen, behalve de warmtebeweging, een snelheid volgens de lengte der buis, zij zullen deze, in de

Sluiten