Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doen uitkomen, zullen wij voor een oogenblik van de kinetische theorie der gassen afzien en bij de redeneering alleen de wet van het arbeidsvermogen gebruiken. Het water in den calorimeter heeft dezelfde temperatuur behouden, en het gas heeft dus geen warmte ontvangen. Bovendien heeft het geen arbeid verricht; derhalve is de inwendige energie niet veranderd, hoewel het volume vergroot is. De proef leert ons dus dat het inwendige arbeidsvermogen van een gasmassa die op constante temperatuur wordt gehouden, onafhankelijk is van het volume. De kinetische theorie geeft nu van deze onafhankelijkheid rekenschap door aan te nemen dat de deeltjes van het gas elkaar niet merkbaar aantrekken, zoodat er van een potentieele energie, die bij uitzetting zou toenemen, geen sprake is, en dat de molekulen bij een bepaalde temperatuur altijd dezelfde snelheid hebben, onverschillig of het volume groot of klein is.

Het boven gezegde is intusschen, evenals de wetten van Boyle en GayLussac, slechts bij benadering waar. In werkelijkheid ondergaat de temperatuur bij adiabatische uitzetting, ook als er geen uitwendige arbeid verricht wordt, een daling die, wanneer de oorspronkelijke dichtheid niet te groot is, zeer weinig bedraagt, maar wanneer men met een sterk samengeperst gas begint, aanmerkelijk kan worden. Men heeft daarvan zelfs voor het vloeibaar maken van gassen partij getrokken.

§ 230. Soortelijke warmte bij constant volume en bij constanten druk. Verbeelden wij ons in een cilinder beneden een zuiger een gram van een of ander gas; zij de temperatuur daarvan 0°. Verhitten wij nu dit gas tot 1°, en wel terwijl wij den zuiger vastzetten en dus een uitzetting verhinderen. De hoeveelheid warmte die wij daartoe aan het gas moeten toevoeren, heet de soortelijke warmte bij constant volume en zal door cr worden voorgesteld. Zij dient om aan het gas het inwendige arbeidsvermogen te geven, dat het bij 1° meer heeft dan bij 0°.

Herhalen wij nu de proef, met dit onderscheid dat wij den zuiger vrij bewegelijk laten, en zorg dragen dat het gas voortdurend denzelfden druk uitoefent. Om de inwendige energie te vergrooten is weer dezelfde hoeveelheid warmte noodig als straks; die energie heeft bij 1° een bepaalde waarde, onver-

Sluiten