is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar men van de kinetische energie kan afzien, die het gas bij zijne geringe stroomsnelheid heeft, komt een aan dien arbeid aequivalente hoeveelheid warmte te voorschijn, behalve nog de warmte die aan de door het gas verloren inwendige energie beantwoordt.

Was echter een hoeveelheid gas, gelijk aan die, welke tusschen a en a' bevat is, in een vat gebracht en daarin bij den constanten druk px van tx tot 1-2 afgekoeld, dan zou het volume zijn geworden

1 + xt.2

en de arbeid van den uitwendigen druk zou zijn

Pi Oi — ''2).

wat juist gelijk is aan de waarde (0).

Voor lucht vond Regnault

cp = 0,2377,

waarbij nog valt op te merken dat, behoudens kleine afwijkingen, dit getal altijd de soortelijke warmte bij standvastigen druk bepaalt, onverschillig hoe hoog de druk is.

Om een voor de hand liggende reden is het niet mogelijk, de soortelijke warmte bij standvastig volume door een rechtstreeksche proef te bepalen. Daar echter het verschil van cv en c„ in nauw verband staat met de in de vorige §§ besproken verschijnselen, kan men aan de waarneming van deze laatste een middel ontleenen om, als eenmaal cp bekend is, ook c„ te vinden. Op deze wijze heeft men gevonden

c, = 0,1692.

§ 231. Bepaling van het mechanisch warmte-aequivalent.

Het verschil cp — c„ = 0,0685 calorieën is nu de hoeveelheid warmte die verbruikt wordt om den zuiger, of welk begrenzend lichaam dan ook, voort te drijven, als 1 gram lucht bij standvastigen druk van 0° tot 1° verhit wordt. Zij de druk p dynes per c.M^ en het volume v c.M'(, dus de uitzetting bij de verwarming x v. De arbeid dien t gas verricht is dan (§ 207, b) xpv ergen, en daar nu voor dezen arbeid cp — c„ calorieën gediend hebben, vindt men voor het mechanisch aequivalent der warmte-eenheid

E = ^- (10)

Cp cv