Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De evenwichtstoestanden die wij nu hebben leeren kennen, zijn volgens de molekulaire theorie van anderen aard dan de gewone evenwichten die in de mechanica behandeld worden. Ofschoon nl. de voor ons waarneembare deelen der lichamen dezelfde samenstelling en eigenschappen behouden, zou een waarnemer die de afzonderlijke molekulen kon zien, getuige zijn van zeer ingewikkelde bewegingsverschijtiselen. Dat, ondanks deze veranderingen, het geheele stelsel in een blijvenden toestand verkeert, is te danken aan het groote aantal molekulen waaruit de lichamen zijn opgebouwd.

Verbeelden wij ons b.v. twee stukken koper A en B, die, nadat zij eenigen tijd in smeltend ijs hebben gelegen, met elkaar in aanraking worden gebracht. Evenals in een gas bij een bepaalde temperatuur de verschillende deeltjes ongelijke snelheden hebben (§ 222), zal dat ook in het koper het geval zijn. Het is dus zeer goed mogelijk dat op 't eene punt van het aanrakingsoppervlak een molekuul van A een veel grootere snelheid heeft dan een deeltje van B, waarmede het in aanraking komt, terwijl in een ander punt het omgekeerde het geval is. Op de eerste plaats zal dan eenige warmte overgaan van A naar B, en op de laatstgenoemde plaats van B naar A.

Dat er, alles samengenomen, noch in de eene noch in de andere richting warmte overgaat, is hieraan te wijten dat langs het grensvlak allerlei toestanden worden gevonden, maar zoo dat gemiddeld de snelheden in het eene lichaam even groot zijn als in het andere.

Ook de gelijkmatige verdeeling van een gas over de beschikbare ruimte is alleen door het groote aantal deeltjes mogelijk. Vlogen er in een vat niet meer dan 100 molekulen heen en weer, dan zouden er wel niet juist 50 in elke helft zijn.

De verdamping eener vloeistof kan men zich zoo voorstellen dat sommige molekulen, en wel die, welke de grootste snelheden hebben, uit de vloeistof ontsnappen en zich als gasmolekulen in de ruimte daarboven bewegen. Onophoudelijk zullen eenige deeltjes dit doen, en de hoeveelheid damp zou voortdurend toenemen, als er niet ook iets anders plaats had.

Sluiten