Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderstelling dat zij in een opeenvolging van evemcichtstoestanden bestaan, dat dus op elk oogenblik de toestand van het lichaam dezelfde is, waarin het zou verkeeren als de uitwendige krachten die er dan op werken, blijvend bestonden. Daartoe is slechts noodig dat de veranderingen zeer langzaam gebeuren, zoodat aan de zichtbare bewegingen geen noemenswaardige kinetische energie beantwoordt.

Wij kunnen b.v. de vier bovengenoemde veranderingen van een staaf teweegbrengen door de uitrekkende kracht en het koppel dat de wringing veroorzaakt op geschikte wijze zeer langzaam te veranderen.

Gedurende een zeker deel van zijn kringloop kan het werkende lichaam zeer goed een positieven of negatieven arbeid verrichten. Bij de staaf is b.v. deze arbeid positief als hij zich samentrekt of ontwringt, negatief daarentegen als hij wordt uitgerekt of als de hoek van torsie toeneemt.

De bovengenoemde stelling wil nu zeggen dat de totale arbeid van het lichaam nooit positief kan zijn.

Gemakkelijk ziet men verder in dat bij een kringloop die ook in omgekeerde richting kan worden doorloopen, dus in al die gevallen waarin men met een opeenvolging van evenwichtstoestanden te doen heeft, de arbeid ook geen negatieve waarde kan hebben. Immers, wanneer het lichaam bij de eene richting van den kringloop een negatieven arbeid verrichtte, zou de arbeid bij de tegengestelde richting positief zijn, wat tegen onze stelling strijdt.

Wij komen derhalve tot het besluit: Bij eiken omkeerbaren iaothermisclien kringloop is de totale arbeid 0.

Om in te zien dat in deze stelling iets wordt uitgedrukt, dat niet reeds uit de wet van 't behoud van arbeidsvermogen volgt, moet men bedenken dat er bij een isothermischen kringloop altijd een warmtereservoir is, en dat ten koste van daaraan ontleende warmte wellicht arbeid had kunnen worden verricht.

Uit de wet van 't behoud van arbeidsvermogen kan men alleen afleiden dat de arbeid 0 is bij een adiabatisch uitgevoerden kringloop.

§ 246. Arrije energie. De aan het slot van § 238 gemaakte

Sluiten