Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat de vrije energie iets anders is dan het in het gas aanwezige arbeidsvermogen, valt aanstonds in het oog als men bedenkt dat dit laatste, zoo lang de tempeiatuur even hoog blijft, bij elk volume even groot is (§ 22U), en dat dan ook de arbeid bij een isothermische uitzetting ten koste van het warmtereservoir verricht wordt. Toch spreekt men van de vrije energie van het gas, waarmee men intusschen alleen wil te kennen geven dat de mogelijkheid dat bij een gegeven reservoir een arbeid verricht wordt, te danken is aan de aanwezigheid van het gas, dat zich meer of mindei vei kan uitzetten.

Van andere lichamen of stelsels van lichamen geldt hetzelfde als van de hier beschouwde gasmassa. Wij onderstellen weer dat de temperatuur door een warmtereservoir constant wordt gehouden en beperken ons tot omkeerbare veranderingen, waarbij een reeks van evenwichtstoestanden wordt doorloopen. Kan nu het stelsel bij den overgang uit den toestand S waarin wij het beschouwen, naar een zekeren „nultoestand" N een arbeid 4> verrichten, dan zeggen wij dat het in den toestand S een vrije energie \p heeft. Verricht het werkelijk, bij den overgang van den toestand S naar een anderen toestand S', een zekeren arbeid, dan is de vrije energie met een daaraan gelijk bedrag algenomen. Daarentegen beantwoordt aan eiken arbeid dien wij op het stelsel doen een aan dien arbeid gelijke toename der vrije energie.

üp de volgende wijze kunnen wij de gegeven definitie toelichten en de beide laatste stellingen bewijzen.

Stel dat een stelsel langs twee verschillende wegen (isothermisch en omkeerbaar) uit den toestand S in den toestand S' kan overgaan en dat het op den cenen weg een arbeid A, en op den anderen weg een arbeid A2 verricht. Men kan het stelsel langs den eersten weg uit den toestand S in den toestand S' doen overgaan en het langs den tweeden weg in den toestand S terugbrengen. De arbeid zal dan zijn A, A2. Wij weten echter (§ 245) dat de arbeid bij een isothermischen omkeerbaren kringloop 0 is; dus: A, = A2, d. w. z.: de arbeid is alleen afhankelijk van den begin- en den eindtoestand.

Omdat dit zoo is, kan men de vrije energie in een toestand S meten door den arbeid dien het stelsel bij den overgang naar den nultoestand N

Sluiten