Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 218.

dan bij het laatste, en moeten dus bij een zelfden graad van doorbuiging meer in lengte veranderen.

Door een dergelijke redeneering kan men inzien dat bij een rechthoekige doorsnede de staaf minder doorbuigt, wanneer de grootste zijde van den rechthoek verticaal dan wanneer die

horizontaal geplaatst is; dit volgt trouwens ook uit de formules (4) en (6). Eveneens is het te begrijpen, welk voordeel er in gelegen is, aan de doorsnede een vorm zooals de in Fig. 218 afgebeelde te geven.

Overigens kan men ook voor andere vormen van de doorsnede dan de in de vorige § behandelde de doorbuiging theoretisch bepalen. Zoodra

het verder bekend is, tegen welke spanning een draad van de stof waaruit de staaf bestaat, bestand is, kan men ook berekenen, welke belasting de staaf kan dragen zonder te breken; daartoe moet men nagaan, wanneer de spanning in de gerekte vezels tot de grootste waarde klimt, die kan worden toegelaten.

De breuk ontstaat, zooals reeds gezegd werd, in de gerekte vezels en wel daar, waar de dilatatie het grootst is, dus in de staaf van Fig. 216 aan het linker eind en in de staaf van Fig. 217 in het midden.

§ 259. Doorbuiging van lichamen van anderen vorm. 1'Ietzelfde wat bij een aanvankelijk rechte staaf de buiging is, is bij een reeds gekromde staaf elke verandering der kromming. Zoo-

Fig. 219.

Fig. 220.

wel bij de staaf die in Fig. 219 als bij die, welke in Fig. 220 is afgebeeld, zal, door een belasting P, aan de benedenzijde een uitrekking, en aan de bovenzijde een samendrukking ontstaan; bij de eerste staaf wordt daardoor de kromming vergroot, bij de tweede verkleind. Bij een cirkelvormigen ring die door de

Sluiten