Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kig. 221.

krachten P in de punten a en h in den vorm van Fig. 221

gebracht wordt, neemt de kromming in a en b af, in c en d toe. De vezels zijn hier in a en b aan de binnenzijde, in c en d aan de buitenzijde gerekt.

Plaatvormige lichamen kunnen dergelijke krommingsveranderingen ondergaan. Wordt b.v. op een bolvormig segment dat, als een omgekeerde schotel, met den rand op een vast horizontaal vlak ligt, in het midden een slag gegeven, dan kan op die plaats aan de

binnenzijde een breuk ontstaan.

§ 260. Afschuiving. In § 168, c werd reeds gezegd dat het deel YB van de staaf van Fig. 124 langs het deel AV iets naar beneden verschoven wordt, waardoor de tangentiale spanning Q ontstaat, een omstandigheid die wij in § 257 buiten beschouwing hebben gelaten, omdat zij van ondergeschikt belang is. In het volgende eenvoudige geval heeft men uitsluitend met een deformatie van dezen aard, een zoogenaamde afschuiving, te doen.

Een oorspronkelijk rechthoekig prisma A B D C (Fig. 222) is

met het grondvlak A B onwrikbaar bevestigd; men kan het dan de gedaante ABD'C' doen aannemen door aan alle punten verplaatsingen naar rechts te geven, die evenredig zijn met hunne hoogte boven A B, of, wat op hetzelfde neerkomt, door de oneindig dunne plaatjes, in welke het lichaam door vlakken

evenwijdig aan A B verdeeld wordt, over elkaar voort te schuiven. Om den nieuwen toestand tot stand te brengen en te onderhouden is klaarblijkelijk een stelsel van krachten F noodig, die op de punten van het bovenvlak in de richting der pijlen werken en natuurlijk zal dan het voorwerp waaraan het parallelepipedum bevestigd is op de punten van A B krachten, zooals de door F' voorgestelde, uitoefenen. Verder

27

Sluiten