Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l, r, E en ,« hetzelfde beteekenen als in § § 255 en 257, wordt het moment van het beschouwde koppel gegeven door de formule

ir * E r* &

4(1 +

Daarbij is & de in boogmaat uitgedrukte hoek van torsie.

Zooals men ziet,, hangt M in hooge inate van r af. De tangentiale spanningen nemen nl. in Fig. 223 van het midden naar den omtrek toe; wordt de doorsnede vergroot, dan komen niet alleen nieuwe spanningen bij de reeds bestaande, maar deze spanningen zijn ook grooter; bovendien hebben de koppels die men krijgt, als men ze twee aan twee samenvat, grootere armen dan de koppels die reeds bestonden.

Gebruik makende van deze omstandigheid hangt men wel eens een lichaam dat gemakkelijk in een horizontaal vlak moet kunnen draaien, en te zwaar is om door één dunnen draad gedragen te worden, aan een bundel dunne draden op, in plaats van aan één dikkeren draad. Elke draad wordt dan op zich zelf gewrongen en nu is het koppel dat noodig is om 4 draden over een zelfden hoek te tordeeren, kleiner dan het koppel dat bij één draad van de viervoudige doorsnede zou vereischt worden.

Uit de meting van M, die b.v. op de in § 189 aangegeven

E

wijze kan gedaan worden, kan men —j— afleiden. Wordt door

I -)-

proeven over de uitrekking of de buiging van een staaf ook E bepaald, dan kent men dus ook At en daarmede tevens (§ 250) den coëfficiënt van samendrukbaarheid.

Evenals door een uitrekking kan door een te ver gaande afschuiving of wringing de samenhang der deeltjes verbroken worden. Zal dit niet gebeuren, dan moet b.v. een drijfas in een fabriek een bepaalde dikte hebben; zulk een as wordt nl. op de eene plaats door een stoomwerktuig rondbewogen, en stelt op eenigen afstand daarvan een of ander werktuig in beweging, dat zich daarbij tegen de wenteling der as verzet; dientengevolge wordt deze tusschen de genoemde punten gewrongen.

Sluiten