Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nadat de toestel met de te onderzoeken vloeistof gevuld is, kan men de samendrukbaarheid van deze bepalen door liet geheele vat onder de klok van een luchtpomp te plaatsen en den stand van den top der vloeistof kolom af te lezen, wanneer de lucht is weggenomen en nadat die weer is toegelaten. Natuurlijk moet men daarbij zorg dragen dat de temperatuur niet verandert. De waarnemingen leeren dat de verplaatsingen van den top der vloeistof kolom evenredig zijn met de drukverandering.

Laat de vloeistofkolom tot de deelstreep a reiken bij den kleinsten druk en tot de deelstreep b, nadat de druk met 1 atmosplieer verhoogd is, zij & de coëfficiënt van samendrukbaarheid van de vloeistof, v die van het glas, waaruit het vat bestaat, beide coëfficiënten genomen in den zin van § 256 en voor 1 atmospheer als eenheid van druk. Verstaat men, in het geval dat de druk de kleinste waarde heeft, die bij de proeven voorkwam, ouder v het volume tusschen twee deelstrepen en onder N v het volume van het vat tot aan de deelstreep 0, dan was bij den kleinsten druk het volume der vloeistof (N + a) v. Naderhand was het (N + 6) v (1 — v); het vat is nl. aan de binnen- en buitenzijde aan denzelfden druk onderworpen (§ 256). Men vindt nu

(M-t-•)—(* + *)(!—►>_. , • — _v

» = — W+~a " + NT«( -

Daai. a ^ even als v een zeer kleine grootheid is, mag N-f a

men hiervoor schrijven

a — b

W + NTa-

Had men op de volumeverandering van het vat niet gelet, dan zou men gevonden hebben ^ . Men kan dit den

i.N i- Cl

schijnbaren coëfficiënt van samendrukbaarheid noemen; men moet dezen dus met v vermeerderen, om den waren coëfficiënt te krijgen.

De grootheid v kan uit proeven over de vormveranderingen van een glazen staaf worden afgeleid, trouwens niet met groote

Sluiten