Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn de absolute temperaturen Tx = 273 -f- 144 = 417°, Ta = = 273 + 20 = 293°, dan is = 4,05 X 10° (4 atm.), P,= = 2,4 X 104. Om 1 gram water uit den condensator te verhitten tot de temperatuur van den stoomketel, en het vervolgens in damp te doen overgaan, zijn, daar de verdampingswarmte onder de aangenomen omstandigheden 505 cal. bedraagt, G29 cal. noodig. Het volume van 1 gram verzadigden waterdamp, in den stoomketel gevormd, is 440 c.M3. Daaruit volgt dat de verrichte arbeid per gram stoom

(405 — 2) X 104 X 440 = 18 X 10s ergen

bedraagt, waaruit men kan afleiden dat slechts 7°/0 van de toegevoerde warmte in arbeid wordt omgezet.

Het nuttig effect van een volkomen omkeerbare calorische machine die tussclien de boven onderstelde temperaturen werkte,

T, — Ta 417 — 293 124 zou -Lp—1 = = 4T7' dus ongeveer 30 /0 bedragen.

Men ziet hierdoor de stelling bevestigd dat het nuttig effect altijd kleiner is dan het bij een volkomen omkeerbare machine zou zijn. Intusschen verdient het opmerking dat de machine waarop Fig. 212 betrekking heeft, een zeer slechte zou zijn. In werkelijkheid kan men wel een grooter nuttig effect bereiken.

§ 276. Verband tusschen (le danipspanning en de temperatuur. Wanneer zich in een cilinder onder een zuiger een vloeistof bevindt, die ten deele in damp is overgaan, zoodat er een evenwichtstoestand bestaat, kan men dit stelsel een kringloop van Cahnot (§ 248) doen ondergaan, en de formule (1) van § 249 toepassen. Door nu te onderstellen dat de temperaturen Tj en T8 oneindig weinig van elkaar verschillen, is men tot een belangrijke formule geraakt. Is nl. T de absolute temperatuur, p de dampspanning, welke grootheid, zooals wij reeds

weten, een functie van T is, ^ de verhouding tusschen gelijktijdige oneindig kleine aangroeiingen der beide grootheden, v, het volume der massaeenheid vloeistof, v3 dat der massaeenheid damp, r de verdampingswarmte, eindelijk E het mechanisch warmteaequivalent, dan is:

Sluiten