Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangezien bij het smelten eenige warmte is verdwenen, is het Boven den draad komende water iets kouder dan 0°; het zal' dientengevolge weer bevriezen.

§ 278. Samendrukking van waterdamp bij standvastige temperatuur. Wij keeren nu tot de dampen terug en zullen de verdichting daarvan tot vloeistof nader beschouwen. Stellen wij ons een gram waterdamp voor onder een zuiger in een cilinder, die voortdurend op een temperatuur van 100° wordt gehouden. Wij hebben den zuiger eerst zoo hoog opgeheven dat de damp een zeer kleinen druk uitoefent en drukken hem dan naar binnen. Aanvankelijk heeft de damp al de eigenschappen van een gas en gehoorzaamt op weinig na aan de wet van Boyle; bij verdere samendrukking neemt men evenwel steeds grootere afwijkingen van die wet waar.

Men kan het verband tusschen het volume en den druk

eindigt in het punt B, dat door zijne ligging het volume en den druk voorstelt, wanneer de damp verzadigd is geworden.

Daar de dichtheid van den verzadigden damp proefondervindelijk bepaald is, kunnen wij aangeven hoeveel liet lichaam van de wet van Boyle afwijkt. Te dien einde merken wij op dat bij kleine dichtheden de regel van Avogadro van toepassing is, zoodat de relatieve dichtheid van den damp met betrekking tot waterstof door het halve molekulairgewicht wordt gegeven, dus = 9 is. In aanmerking nemende dat de massa van een c.M3 waterstof bij 0° en 760 m.M. druk

Fig. 225.

door een kromme lijn A B (Fig. 225) voorstellen, wanneer men de waarden van het volume door de abscissen en die van den druk door de ordinaten aangeeft (verg. § 242). De verkregen lijn (iso■ thermische lijn), die aan de rechterzijde asymptotisch tot O V nadert,

Sluiten