Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en in het algemeen bepalen deze twee factoren vele bijzonderheden in het gedrag van een lichaam. Omgekeerd kan men dus ook uit experimenteele gegevens een besluit trekken omtrent het volume der deeltjes en het bedrag der aantrekking.

Zoo heeft men gevonden dat de kracht waarmede de grenslaag van water naar binnen wordt getrokken, gelijk staat met een druk op het oppervlak van ongeveer 10000 atm. en dus voor een c.M2 van het oppervlak ten naaste bij met een gewicht van 10000 KG. Men moet zich voorstellen dat in een vloeistof als aether van 0° ongeveer het derde gedeelte van de geheele ruimte werkelijk door de molekulen wordt ingenomen ; in lucht bij 0° en 760 m.M. druk is dit met niet

meer dan gjwj va,n ^ geheele volume het geval.

Van de grootte der gasdeeltjes hangt, zooals reeds vroeger werd opgemerkt, ook de lengte van den weg af, dien een molekuul, zonder tegen een ander te botsen, kan doorloopen. Uit metingen over diffusie, warmtegeleiding en inwendige wi ij ving kan dus ook iets over de uitgebreidheid der molekulen worden gevonden. Nader onderzoek leert dat het 't gezamenlijk oppervlak der molekulen van een gas is, dat men op deze wijze kan leeren kennen.

Is echter van een aantal even groote bollen het gezamenlijke volume en het totale oppervlak bekend, dan kan men door een eenvoudige berekening het aantal dier lichamen en de grootte van elk bepalen. Deze berekening op de gasmolekulen toepassende, komt men tot de volgende schattingen. Voor het aantal molekulen in 1 c.M3 lucht bij 0° en 76 c.M. een getal van 20 cijfers; voor den gemiddelden afstand van twee op elkaar volgende molekulen 25X10~8c.M., voor de

dikte der molekulen ongeveer van deze lengte en eindelijk

voor de massa van een atoom waterstof 10~2i gram.

§ 283. Vrije energie van een vloeistofoppervlak. De aantrekkende krachten tusschen de molekulen, die in de theorie van van der Waals zulk een voorname rol spelen, hebben ook in vele gevallen een invloed op den vorm van een vloeistofmassa.

Sluiten