Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alsof zij aan de bovenzijde door 't platte vlak m n begrensd was. Daar nu de totale vrije energie is

A — 2 % r h H -f- ' "" r2 k* s,

s het maar de vraag, voor welke waarde van h deze uitdrukking een minimum is. Die waarde, de werkelijke stijghoogte, is (§§ 11 en 41)

, 2H

h = (10)

r s

Dat werkelijk de stijghoogte omgekeerd evenredig met den straal der buis is, heeft de waarneming bevestigd. Tevens ziet men uit de formule, hoe men, als /• en s bekend zijn, uit de stijghoogte de capillariteitsconstante kan afleiden. Zal men op deze wijze goede uitkomsten krijgen, dan is het noodig de vloeistof eerst tot een grootere hoogte in de buis op te zuigen, ten einde den binnenwand goed te bevochtigen.

Uit de waarneming der stijghoogte blijkt dat de constante II voor water grooter is dan voor alcohol. Hieruit kan men het volgende verschijnsel verklaren. Laat men op het midden van een dun laagje water in een schoteltje een druppel alcohol vallen, dan beweegt zich de vloeistof aanstonds van het midden af naar buiten. Daarbij wordt het oppervlak der alcoholhoudende vloeistof in het midden grooter, maar de daaraan beantwoordende vergrooting der vrije energie wordt overtroffen door de vermindering die het gevolg is van de samentrekking van het ringvormige wateroppervlak. Onder geschikte omstandigheden wordt de bodem van het schoteltje in het midden geheel drooggelegd.

Men kan de redeneering die tot de formule (10) geleid heeft, nog iets anders inkleeden. Is nl. de vrije energie een minimum geworden, dan zal zij bij een verdere oneindig kleine verplaatsing niet veranderen (§§41 eu 156). Stel dat die verplaatsing in een omhoogsehuiving van den meniscus over den afstand 5 bestaat. Dan neemt daarbij de eigen vrije energie der vloeistof af met 2 t r 3 II. Het arbeidsvermogen van plaats tegenover de zwaartekracht neemt daarentegen toe met ir r* h' 2 s, als men met h' de gemiddelde hoogte der punten van den meniscus aan-

30

Sluiten