Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons niet geheel bekend; wel is het gebleken dat men het water het best, zonder dat het bevriest, beneden 0° kan afkoelen als men het voor plotselinge beweging vrijwaart. Trouwens, bij een beweging kan de vloeistof licht met een ijskristalletje dat zich boven den waterspiegel aan den wand van het vat gevormd heeft, in aanraking komen.

Met hei water beneden 0° kan men vergelijken een zoogenaamde oververzadigde oplossing van een vaste stof, d. w. z. een oplossing die sterker is dan die, welke met de vaste stof in evenwicht kan zijn. Tusschen deze beide oplossingen en een nog meer verdunde, een onverzadigde, bestaat, wat de oplossing op zich zelf betreft, geen wezenlijk onderscheid; zij gedragen zicb alleen verschillend als zij met de vaste stof in aanraking komen. De kleinste hoeveelheid daarvan heeft een afscheiding van het vaste lichaam uit een oververzadigde oplossing ten gevolge.

§ 293. Imbibitie en osmose. Wij zullen nu ten slotte eenige eigenschappen van oplossingen en vooral van verdunde oplossingen bespreken. Om de daaromtrent verkregen, in vele opzichten belangrijke uitkomsten te begrijpen, is het noodig, met een merkwaardige eigenschap van sommige vaste lichamen bekend te zijn. Vele daarvan zijn poreus, d. w. z. van fijne kanaaltjes voorzien, waarin zij een vloeistof kunnen opzuigen, een gevolg van de uitspreiding der vloeistof over de wanden der poriën en vergelijkbaar met de opstijging in capillaire buizen. Maar ook lichamen, zooals lijm, die in 't geheel geen poriën vertoonen, kunnen water opnemen, waarbij zij menigmaal aanmerkelijk opzwellen; de watermolekulen vinden hier een plaats tusschen die van het vaste lichaam en vormen daarmede een nieuw homogeen lichaam. Bij deze imbibitie kunnen in 't water opgeloste stoffen mede worden opgenomen.

Zoodra nu een vaste wand die het vermogen tot imbibitie heeft, twee vloeistoffen van elkaar scheidt, kunnen deze zich, door den wand heen, met elkaar vermengen {osmose). Daarbij worden dikwijls de verschillende bestanddeelen in zeer ongelijke mate doorgelaten. Een stuk perkamentpapier b.v., dat aan de eene zijde met zuiver water en aan de andere met een oplossing in aanraking is, laat sommige opgeloste stoffen (kristalloïden), b.v.

Sluiten