Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden en het eerste lid der vergelijking (16) kleiner dan het tweede. Het drukverschil tusschen C en B zou kleiner worden dan noodig is voor het evenwicht van het ijs; dit zou dus naar rechts gaan. Het is nu niet moeilijk in te zien dat, wanneer niet gelijktijdig in alle opzichten evenwicht bestaan kan, aan de aangeduide veranderingen nooit een eind zou komen. Steeds zou het ijs naar reehts schuiven, terwijl het in C zou afsmelten, en in B nieuw ijs zou ontstaan uit water dat door A heen toestroomde. Deze aanhoudende beweging nu is (§ 23G) onmogelijk en, daar de omgekeerde't eveneens is, besluiten wij dat onder den druk (18) ook in C evenwicht bestaat.

Voor dien druk kunnen wij blijkens (17) schrijven

y + — P

s — tr

en wij kunnen dus besluiten:

Als T het vriespunt van een oplossing is onder den druk p, dan is die temperatuur ook het vriespunt van zuiver water onder den grooteren druk

p ^ P. Het vriespunt van water onder den druk p zou hooger zijn,

stel T 5, en wel is volgens de formule (6) van § 270:

3 = T("i — "a) ' p

Ê r s — tr'

Ziedaar hoeveel, bij een zelfden druk p, het vriespunt eener oplossing lager is dan dat van water. Is de oplossing zeer verdund, dan is S veel kleiner dan T en mag men in het tweede lid ouder T het vriespunt van zuiver water verstaan (dat eigenlijk T + a is). Verder is

«:«• = »,: v2;

men mag dus voor de vergelijking schrijven

* = Tr? P

Er

Wordt nu de sterkte der oplossing op de in 't begin dezer § aangegeven wijze door het getal v bepaald, dan is P gelijk aan den druk, uitgeoefend door 2 c gram waterstof in een c.M3, dus = 8,29 X 10' c T dynes per c.M2, waardoor men tot de formule (15) komt.

§ 300. Afwijkingen van (le wet van van 't Hoff. Evenals wij in het bovenstaande eerst de dampspanningsvermindering en toen de vriespuntsverlaging met den osmotischen druk in verband hebben gebracht, kan men ook rechtstreeks uit thermodynamische beschouwingen een verband tusschen de dampspanning en het vriespunt van een oplossing afleiden. De waarnemingen hebben nooit een geval doen hennen, waarin deze gevolgtrekkingen niet bevestigd worden. Wel is het gebleken dat vele opgeloste stoffen een dampspanningsvermindering teweegbrengen, grooter dan aan

Sluiten