Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W ij n a n t Jansz., wordende dit in den overdrachtsbrief van Rijcklandt Holl wed. Rembolt Jansz. (zie blz. 106) als eisch gesteld.

Als collator begiftigde hij toen in 1565 met de vicariën Dirck Bruystens, een priester.

Hierover had hij evenwel een proces te voeren tegen de erfgenamen van Rijcklandt Holl, welke een zekeren Jacob van Tuyll in de vicariën presenteerden. In deze zaak werd op 13 April 1565 door Petrus Tephlenius (van T e p h e I e n) als officiaal van den proost van Arnhem, uitspraak gedaan ten voordeele van Willem W ijn a n t s, en werd Dirk Bruystens geinstitueerd.

Hieruit zou blijken, dat de familie toen nog Katholiek was.

Het is wel opmerkelijk, dat nagenoeg bij iedere begeving dezer vicariën, een proces ontstond tegen vermeende of ware rechthebbenden.

Willem Wijnants bleef echter tot zijn overlijden, dus van zijn 50sten tot zijn 70s<en jaar, verder ongestoord collator der vicariën en begiftigde nog in het laatst van zijn leven n.l. in 1583, daarmede zijn twee kleinzonen Cornelis Wijnants Janszn. en Gerrit Wijnants Willemszn. (Zie hierover verder daar t. pi.)

Willem Wijnants werd op zijn verzoek op 27 October 1579 door het Leenhof van Gelderland beleend met het leengoed te Avesaet, dat te voren in het bezit was geweest van den tak van zijn oudsten broeder E v e r t. (Zie blz. 114 en 131). Blijkens het Leenboek') grondde hij zijn aanspraak op het feit, dat hij na uitsterving van dien tak in Jan. 1579, de „oudste manspersoon op ter straette" (van de familie) was en werd hij daarop als „erve sijner moeder E n g e I e" beleend ')

Zijn achterneef's weduwe, Elisabeth van Clootw ij c k, evenwel, die 29 Jan. 1579 als erfgenaam van haar jonggestorven zoon Evert Wijnants met het leengoed beleend was geworden, had dit goed, met machtiging van haar tweeden man Jan van Bommaell, opgedragen aan A r n t Jansz., burger van Tiel, welke laatste daarop door het Leenhof beleend was geworden en den leeneed had gedaan. Willem Wijnants in September d. a. v. ook door den Leenhove ermede beleend zijnde, ontstond er een proces tusschen hem en Arnt Jansz., hetwelk in der minne geschikt schijnt te zijn; Arnt

') Leenboek, Register N folio 5VS° § 3.

*) Leenregister, folio 133, regel 13 v. o. en Bijlage C hierachter.

Sluiten