is toegevoegd aan uw favorieten.

Klinische voordrachten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat wij op grond van klinische gegevens onder „tetanie" hebben te verstaan, scherper en vaster geworden. Zoo kunnen wij er thans niet meer aan denken de eigenaardige permanente tlexoren-spasmen, die bij aan digestie-stoornissen lijdende zuigelingen in de eerste drie levensmaanden zoo dikwijls worden waargenomen, als tetanie-krampen op te vatten. Wel zien wij daarbij dezelfde krampen optreden, en dezelfde eigenaardige vuistvorming der handjes, die wij bij tetanie aantreffen, maar wij missen daarbij elk verschijnsel, dat op een verhooging der zenuvvprikkelbaarheid zou wijzen; bij die spasmen van zuigelingen kunnen wij noch Chvostek's, noch Trousseau's, noch Erb's verschijnsel te voorschijn roepen. Toch is het alleszins waarschijnlijk, dat door een aantal schrijvers dergelijke gevallen voor gevallen van tetanie aangezien en als zoodanig te boek gesteld zijn. Men mag het daarom Zappert en Hochsinger wel als een verdienste aanrekenen, dat zij zich nog eens met de studie dier continueele flexorenspasmen van, aan maag darmziekten lijdende jonge zuigelingen beziggehouden, en nog eens met klem de aandacht op die ziekelijke afwijking en de beteekenis daarvan gevestigd hebben. Vooral Hochsinger heeft zich beijverd om in het licht te stellen, dat die, door hem met den wel wat onislachtigen naam ,,Myotonie der pasgeboren en jonge zuigelingen" bestempelde, continueele tlexoren-spasmen niets met tetanie hebben uit te staan. Hochsinger ziet in die permanente krampen der zuigelingen niets anders dan een pathologische versterking van een, ook in den physiologischen toestand bij het pasgeboren kind aanwezige, hypertonie van het spierstelsel.

Ter verklaring van de genese dier permanente spasmen herinnert Hochsinger in de eerste plaats aan de eigenaardige houding van het pasgeboren kind, die gekenmerkt is door flexie der extremiteiten in elleboog en knie gewrichten, flexie en adductie in de heupgewrichten, en lichte buiging der vingers in de phalangeaal- en metacarpo-phalangeaal-gewrichten. Daarbij zijn de duimen gewoonlijk iets meer gebogen dan de overige vingers, en in de hand geslagen, zoodat zij onder de