is toegevoegd aan uw favorieten.

De questierders van den aflaat in de noordelijke Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„„Voorzeker! dien had ik, fluisterde de schim, daarvoor had ik goed gezorgd en ik meende dus, dat alles nu wel in orde zou zijn"". „Maar, sprak de monnik nog meer verbaasd, zeg mij toch, wat ontbrak er dan nog aan!"

En de geest terugkeerend naar de diepten van eeuwige duisternis riep hem toe:

„„Het zegel van Jezus Christus"" ').

i) J. Revius, Historiac urbis Da ventriensis, Lugd. Bat. 1651, p. 202.