is toegevoegd aan uw favorieten.

De Honte en het eiland Borssele

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Damme, welke, in een stroom aangelegd, zeer aan verzakking zal hebben geleden, was bezweken. En dat het water, met geweld in de oude vaart gestort, inzonderheid daar groote verwoesting zal hebben aangericht, laat zich uit de plaatselijke gesteldheid verklaren.

Onze oudste kroniekschrijver deelt mede, dat het dichten van den gebroken dam, door de omwonende bevolking ondernomen, was mislukt. Hij zegt: „die van Vlaanderen en hebben 't gat niet connen stoppen", maar — aldus laat hij erop volgen — „onze graaf Fi.oris vrede gesloten hebbende met \ laanderen en bewogen zijnde met liet lot der zoo zwaar getroffenen, zond een menigte Zeeuwsche dijkwerkers daarheen tot het verleenen van liulp bij het herstel der ramp."

Ook in de „Kronyk van Vlaenderen van 580 tot 1467" en eerst in 1839 te Gent gedrukt, wordt van deze aangelegenheid in nagenoeg gelijken zin gewag gemaakt. De ongenoemde schrijver doet het evenwel voorkomen, als zou de vloed omstreeks 1178 zijn voorgevallen en liet zenden van Zeeuwsche arbeiders zijn geschied ter voldoening aan ecu dei voorwaarden, waaronder de vrede tusscheii Philips van den Ei.zas en graaf Kloris ge trollen was.

De aangehaalde kroniek deelt mede: „Pinnen dezer lijdt ghevieldt dat een groet water rieez, soe dat de dijken ten Damme, ende an den zieecant in Vlaenderen, in vele steden uutbraken. De stede van Prugghe was veel waters, ende wat men ten Damme dijckede in eenen guelle, die daerwas, ende wat men daer in wierp, steenen, sarken, lijzen, taeffelen, veynsteren, deuren, waglienen, vaten vul eerden, hetenhalp al niet." («)

\erder laat de schrijver daarop volgen: „Pinnen dezen quam de bisschop van Oeulene, ende met hem de bisschop van Ludeke, met vele edelen lieden, biddende den grave Philips van Elzaten, over den grave Floreyns van Holland,

(a) Zie de aangehaalde kroniek, bladz. 77.