is toegevoegd aan uw favorieten.

De Honte en het eiland Borssele

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weest in de groote waterplas langs Borssele blijkt uit tal \an charters. Over dat water strekten onze Graven hun gezag niet uit. Zulks is uit vele bescheiden duidelijk, evenals uit de Grafelijke rekeningen van Zeeland. Nergens komt ook in die stukken iets voor, dat betrekking heeft op de gronden aan gene zijde van de Ileydenzee op die van Vlaanderen of Cadzand.

In de rekening van 1331, waarin eene bede wordt verantwoord, komt Zeeland bewesten Scheld nog voor als bestaande uit de eilanden Walcheren, Zuid-Beveland, NoordBeveland, Wolfertsdijk en Borssele. Alleen wordt daarin Zuid-Beveland nog gesplitst in een brokstuk van bewesten Yerseke, in een van beoosten Yerseke en in een deel, dat onder de benaming van het Land tusschen de „Honteende 11 inkt'lin<>e was bekend. Maar — en ook inzonderheid hieiop dient gelet de Ilollandsche Graven beschouwden het niet alsof de grens van hun Graafschap gelegen was in het diep of in het midden der Ilonte; zij rekenden de geheele waterplas daar voor ons tot hun gebied. Ook in de „Sententie van den Grooten Baad te Mechelen van 11 October 1504, reeds hiervoren aangehaald, werd het in dien zin opgevat. Door den Procureur-Generaal van dien Baad werd verklaard, „dat de Bivier de Hout" — van een WesterSchelde was ook toen geen sprake — „geheel en al was stroom van Zeelant, behoudens aen de Graef van Vlaenderen het reght van Jurisdictie langhs den Oever; tot soo verre men in 't Water gaende, met een swaert ofte met de Boede van Justitie koude reycken. Voorts, dat die stroom den Hertogh van Brabant niet en raeckte." (/) Deze waarlijk vreemdsoortige omschrijving der grens stond ongetwijfeld nog in nauw verband met zeer oude herkomsten. Zij toch drukt den stempel daarvan op hare gesteldheid. Vermoedelijk was zij nog gegrond op den staat van het Helle, op het met water bedekte en het met zeegewassen begroeide, vlakke

I) Zie bladzijde 33 van dit werk.