is toegevoegd aan uw favorieten.

De Honte en het eiland Borssele

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overdracht van hunne erfgoederen aan heer Witte, na verloop van een jaar en zes weken, een tijdduur, zooals wij reeds opmerkten, die voor de „aanboording" steeds als wettigen regel gold.

De ambachten in Baarland vormden een gemeenschappelijk goed. Elk der broeders van den in de Lek verdronken Jan van Benesse had daarin 1/2 part, en zij hadden die verkregen bij brief van 9 April 131 li om ook in het levensonderhoud hunner moeder te voorzien.

Dan, warende hoeren Hendrik en Costijn van Benesse verleid met de twee genoemde heerlijkheden in West-Baarland, over het ambacht Baarland zelve hebben zij niet terstond beschikt. Dit was in 't bezit der Van Everinges. Maar toen Hendrik van Everinge in 1318 bij den Graaf in ongenade gevallen was, had Costijn van Benesse — van zijn broeder Hendrik was alstoen geen sprake meer —ook deze heerlijkheid, groot 500 Gemeten, aangekocht; (>•) terwijl het leenland en de tienden van Jan van Everinge afkomstig, ook aau hein waren overgegaan voor 00 pond sjaars, onder bepaling dat, ingevolge „dit goit bettre", dat is meerder waard was, hij „den grave dit uprechten ende betalen sou", (s) Costijn verklaarde, „dat hi dieene hel He gecoft hadde totsinen neven behoef Jan en Costijn van Benesse". (o)

Door dien aankoop waren de drie heerlijkheden binnen den ouden ringdijk besloten, nu in hun gansehen omvang in hun bezit. Zij besloegen eene oppervlakte van 2104 schotbare Gemeten. Maar aan hen kwam ook het ambacht van de beide Beinoutspolders met uitzondering echter van 50 Gemeten daarin, die tot het gebied van Hoedekenskerke werden gerekend. Dan, ook die 50 Gemeten op dat aanliggend gebied werden in 1332 door de Van Benesses aangekocht, waardoor de heerlijkheden waren gebracht tot de gezamenlijke grootte van 2254 Gemeten. (/)

r) s) Zie de bladzijden 209 en v v. van dit werk.

o) Dr. II. G. Hamaker. De Rekeningen der Grafelijkheid van Zeeland onder het Hen. Huis. Deel 1 bladz. 12G.

/) Ibid, ibid.