is toegevoegd aan uw favorieten.

De Honte en het eiland Borssele

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alle biiytendijcken ende binnendijcken, Molens, Molenstallen, Veeren, Visscheryen, Watergangen, Sluysen, Vogelaryen, Vroonen, Aenwassen buyten ende binnen, ende voort alle daei nu oft naemaels eenigh profijt of bate af soude moghen komen, dat in deze cavelinge niet bescheyden en is. Ende eenigei tijdt wat bevonden ware dat buyten de cavelinge ghebleven ware, 't ware Vroone, Hofstede, of anders, dat sal insgelijcks gemeene blijven, ende deze cavel sal daerinne hebben een reclit vierendeel, etide voort alle Ambachtrecht, Ambachtsgevolgh, dat denselven Ambacbte toebehoort ende schuldig is te volgen."

Een bepaald gedeelte van een leen kon slechts in enkele gevallen in een evenredig deel van den omvang worden uitgedrukt. In elke heerlijkheid lagen tal van goederen en rechten, die niet voor splitsing vatbaar waren, en van daar, dat verkoop van eenig aandeel daarin, ook uitsluitend geschiedde te ponde, dat is niet een bepaald gedeelte in de lasten en baten van 't geheel. Alleen in betrekking tot het geschot of de beden zou een deel in grootte zijn uit te drukken geweest.

Bepaald omschreven waren de ambachten niet; zelfs bij overdracht werden zij slechts onder algemeene bewoordingen m de verleibrieven opgenomen. Het waren algemeen bekende, doch in hoofdzaak onbeschreven rechten. Zoo werd bij de overdracht van het derde deel in het leen van Oud-Kempenshofstede op 21 Augustus 1 496 gezegd, dat de heerlijkheid bestond uit „Molen, Molenstallen, Vroonen, Werven, Voorhoven, Hofsteden, Aanwassen, Visscheryen, Vogeleryen, Etdijcken, Uytgorssen, Slycklandt ende Veeren".

In een verleibriel van 10 Juni waarbij leenmannen der Grafelijkheid ten name stellen van Pieter nu Cocq van Opijnen liet door Adriaan van Sciienge, Louewukszoon, verkochte derdedeel in de heerlijkheden van's Ileer-Areudskerke, Heinkenszand en Ovezand, wordt slechts gezegd, dat het overgedragene bestond uit „de Ambachten en de Ileerlijc-