is toegevoegd aan uw favorieten.

Het uranisch gezin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een ander verschijnsel in den gedachtengang desheeren Staatsraad, geeft wederom iets te denken.

De heer Rochussen schijnt als eenigste remedie tegen de pestbesmetting der menschheid door het wissenschaftlich-humanitare Komitée te beschouwen, doodzwijgen, en de medewerkers daarvan dood verklaren. Waarom schreef hij dan twintig bladzijden vol daarover? Was het twijfel aan zijn eigen goed inzicht, die hem tot schrijven drong?

De inconsequentie, die erin bestaat, om twintig bladzijden lang te betoogen, dat men van een verschijnsel geen notitie moet nemen — niet waar: iedere poging om deze propaganda te stuiten, helpt die beweging sterker maken ? — zou men, wanneer niet de auteur een Staatsraad was, belachelijk noemen.

Daar echter een staatsman als Jhr. Mr. Rochussen, — en een staatsman typeert zich toch, door het bezit van vooruitzienden blik, van een kunnen voorspellen, wat in de wereld gebeuren zal, als dit geschiedt of dat wordt nagelaten, — propheteert, dat zelfs iedere poging van stuiten dier beweging de bekendmaking van het verschijnsel in de hand zal werken, en dus voeg ik er bij, het juiste inzicht noodwendig moet doen doordringen, dan neem ik volgaarne die voorspelling aan, en dank ik van ganschcr harte den heer Staatsraad, dat Z.H.Ed.Gcstr. zich heeft willen verwaardigen, het Wissenschaftlich-humanitare Komitée in diens streven tc steunen, door openlijk een zekere overwinning aan het Comité tc profeteeren.

Geen schitterender pleidooi, had een dier „pestbesmette individuen en doodverklaarde sujetten" kunnen houden; geen grootere kracht zou wie ter wereld ook, den Comité-medewerkers hebben kunnen suggereeren: het hoopvolle beeld van wisse overwinning, voorgetooverd door niemand minder dan Jhr. Mr. W. F. Rochussen, Lid van den Raad van State.

Fn werkelijk die overwinning zou een weldaad voor de menschheid zijn!

Alleen, ik ontveins mij niet, dat ik die overwinning niet zien zal; maar mijn plicht is 't, te blijven strijden, zoolang ik leef, opdat eenmaal de waarheid zegevieren zal!

Wat nu zal die overwinning brengen? Wat is het doel van het wissenschaftlich-humanitare Komitée? Wat is de bedoeling van mijn streven ook ?

Men kan gerust zijn: wij wenschen niet de zielen der