is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de periphere uitbreiding van de achterwortels van het ruggemerg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORISCH OVERZICHT.

Ondanks vele en nauwkeurige onderzoekingen is de plaats, die do zenuwbundels der voorste en achterste wortels in de zenuwvlechten der ledematen innemen, nog geenszins volkomen bekend, en evenmin is dit het geval met de plaats, die aan het door ieder dezer wortels afzonderlijk beheerschte spier- of huidgebied mag worden toegewezen.

Anatomen, physiologen en klinici droegen op zeer verschillende wijzen de gegevens aan, die tot meer nauwkeurige thans geldende plaatsbepaling geleid hebben. Toch is de overeenstemming tusschen deze op verschillende wijzen verzamelde gegevens nog uit den aard der zaak zelve, niet volledig. Zooals het meer gaat, bleek het vraagstuk, hoe eenvoudig het bij den eersten aanblik ook mocht schijnen, uiterst samengesteld te zijn.

Oud is het vraagstuk zeker.

Anatomen als Heil, Monro, Scarpa, Sommering weidden hun aandacht aan de rangschikking der wortelbundels in den plexus nervorum.

I hysiologen als Van Deen, wiens De Differentia et Ne.ru inter Van Deen. Nervos vitae animalis et vitae organicae als proefschrift in 1834 te Leiden verschenen er zich mée bezig hield, als Johan nes Mü 11 er, Johanne. wiens handboek der physiologie er over uitweidt, schonken hun Muller, belangstelling aan het vraagstuk. Zij stelden de vraag, of de rang-

hikking der wortelbundels in den plexus een anatomische dan wel een phvsiologische beteekenis toekwam.

De bedoeling dezer uitdrukking is duidelijk. Was de beteekenis der bundelrangschikking een phvsiologische, dan werd in den plexus