is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkschrift bij gelegenheid van het 40-jarig bestaan der Hoogere Burgerschool te Deventer, 8 september 1864 - 8 september 1904

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raad In zijne zitting van 1h Februari 1861 eene commissie van 3 leden, n.1. do Heeren I)r. D. Hikkkns uk Haan, H. J. Ankersmit Jr. en \1r. H. van Louhëm, om do zaak to onderzoeken. Deze commissie kweet zich van hare taak in een rapport van 30 Mei 1861. Hierin betoogt zij de wenschelijkheid van de oprichting eener Polytechnische School, en toont door finantiëele berekeningen de mogelijkheid der uitvoering aan.

Bij Raadsbesluit van 13 Juni 1861 werd dit rapport in handen gesteld van Hoeren Curatoren van het Athenaeum, „met verzoek om daaromtrent te dienen van berigt en raad."

Curatoren voldeden aan het verzoek bij missive van 30 November 1861. Hoewel Curatoren, volgens hunne eigen verklaring, daarin „geenszins eenen beslissenden toon hebben aangenomen", geven zij toch voldoende te kennen, dat eene hervorming van het Athenaeum volgens de bedoeling deiRaadscommissie — met zeker voorbehoud en onder eenige waarborgen van de zijde der Hooge Regeering — hun niet onaannemelijk voorkomt.

Inmiddels liet ook de burgerij van hare belangstelling in de zaak blijken door een adres aan den Raad, del. 29 December 1861, onderteekend door een 40-tal ingezetenen, meerendeels vertegenwoordigers van handel en industrie. In de hoofdzaak werd adhaesie betuigd aan het rapport der Raadscommissie, doch bijzonder gewezen op de door Curatoren in hun verslag uitgesproken meening, welke meening zij geheel deelden, dat het slagen van de ontworpen inrichting zeer afhankelijk zou zijn van „eene ondersteuning of guarantie van het Gouvernement". De ondergeteekenden drongen daarom hierop aan, dat de Raad niet tot de oprichting eener zoodanige school zou besluiten dan met eene finantiëele ondersteuning van het Rijk, althans voor de eerste jaren.

Ook de Kamer van Koophandel betuigde bij missive van 18 Januari 1862 hare ingenomenheid met de wijziging van het Athenaeum tot eene hoogere industrieschool.

Een gevolg van al deze bemoeiingen was het besluit van den Gemeenteraad van 10 Februari 1862, zich tot Z. M. den Koning te wenden, met het verzoek „onder toekenning van een Rijks-subsidie Hoogstdeszelfs toestemming te willen verleenen tot de verandering van het Athenaeum in eene Hoogere Industrieschool".