is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkschrift bij gelegenheid van het 40-jarig bestaan der Hoogere Burgerschool te Deventer, 8 september 1864 - 8 september 1904

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenkomstig de grondslagen welke in de bijgevoegde bijlage zijn vernield, wordende Burgemeester en Wethouders verzocht voor die inrigting van rijkswege een jaarlijksch subsidie van /'6000 te vragen."

Door het Raadsbesluit van 4 September 1862 was dus in beginsel tot de oprichting eener H. B. S. besloten.

In verband met dit besluit werd door Burgemeester en \\ ethouders een adres aan den Koning gericht, met verzoek 0111 een jaarlijksch subsidie van ƒ6000.

Eene met den Minister van B. Z. over de zaak gevoerde correspondentie leidde tot het Raadsbesluit van 4 Juni 186.'}, waarbij een verzoek van den Minister „tot het ontwerpen van een plan tot regeling van het middelbaar onderwijs in deze gemeente, in verband met eene wijziging van het Athenaeum in handen gesteld werd van eene commissie van 3 leden, de HH. Dr. D. Bikhkns i»k Haan, H. J. Ankkrsmit Ju. en Mn. H. Houck.

De commissie diende onder dagteekening van 18 Juni 1863 haar rapport in met een „Plan van oprigting eener Hoogere Burgerschool te Deventer".

In de hoofdzaken stemt het met dat van 4 Sept. 1862 overeen; alleen wordt verzocht om een subsidie van /'8000. De commissie dringt voorts op spoed aan. „Wij kunnen hier", zegt zij, „met de personen en zaken, die aanwezig zijn, de eersten zijn. Het rapport eindigt met den wensch, „dat Deventers Hoogere Burgerschool de eerste moge zijn in datum van oprigting, onder de eersten moge blijven in hare uitkomsten."

De Gemeenteraad besloot daarop in zijne vergadering van •25 Juni 1863 overeenkomstig het uitgebrachte rapport te handelen.

De Minister van B. /. was echter nog niet geheel voldaan, hr werd eene nadere correspondentie gevoerd over de vraag, of het Athenaeum i (lustre geheel inde nieuwe inrichting zou worden opgelost en welken invloed de oplossing der Tweede afdeeling van het Gymnasium in de H. B. S. op de kosten van het Gymnasium zou uitoefenen. In zijne vergadering van 8 October 1863 besloot de Raad over een en ander het gevoelen in te winnen van een daartoe te benoemen adviseur, als