is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkschrift bij gelegenheid van het 40-jarig bestaan der Hoogere Burgerschool te Deventer, 8 september 1864 - 8 september 1904

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heelo bovenste verdieping was eindelijk voor het Teekenonderwijs bestemd en de inmiddels talrijker geworden bevolking der H. B. S. in zoo kleine ruimte saamgedrongen geworden, dat voor haar, zelfs al gebeurde er niets buitengewoons, de noodige ruimte, lucht en licht niet meer beschikbaar waren. Daarbij in aanmerking nemende, dat het gebouw ook in andere opzichten aan groote gebreken leed, was het geen wonder, dat de pogingen om den toestand te veranderen steeds dringender werden. Daartoe over te gaan was eene noodzakelijkheid geworden, toen voor het buitengewoon groote aantal klassen der B. A. S. en de verwachte klassen-vermeerdering der H. B. S. geen ruimte meer in liet gebouw te vinden was.

Reeds van 1N78 al' nemen de klachten over het gebouw een vasten vorm aan. „Gaandeweg" schreef de directeur toen in zijn verslag over den toestand „begint liet zich meer en meer te openbaren, dat het gebouw in verschillende opzichten hoogst gebrekkig is, zoowel wat de inrichting als de constructie betreft. Het bestaan van meerdere hoofdingangen, het doolhof van donkere gangen en trappen, de aanwezigheid der grootste leerlocalen op de tweede verdieping maakt het uitoefenen van toezicht en handhaven van orde steeds moeielijk; de lagergelegen vertrekken zijn veelal te klein, te somber en te donker, zoodat de opgewekte stemming, die bij onderwijs onmisbaar is indien het v ruchtbaar zal wezen en voor de gevolgen van indommeling bewaard zal blijven, door den toestand der meeste schoollocalen niet wordt bevorderd."

De toestand bleef en verergerde tot in 1902, toen de Raad bij de vaststelling der begrooting voor 1903 de noodige gelden toestond voor de verbouwing en vergrooting der school. Nadat nader bij Raadsbesluit van den <> April 1903 de wijze van uitvoering was vastgesteld, werd onverwijld met de verbouwing begonnen, terwijl de lessen door eene doelmatige verdeeling van den arbeid, op enkele kleine stoornissen na, geregeld konden doorgaan. Tegen liet einde van het jaar was liet werk ongeveer voltooid en eene groote verbetering tot stand gebracht. In de bestaande behoefte aan ruimte en licht, vooral aan goede trappen en portalen, is nu voorzien en de distributie der leskamers is doelmatiger geworden.