is toegevoegd aan uw favorieten.

De politieke partijen en het volksleger

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe is het 11 u niet die viermaanders gesteld ?

Er worden jaarlijks bij liet leger ingedeeld +; 17500 miliciens en wel 12500 achtmaanders en 5000 viermaanders. Deze viermaanders zijn gedeeltelijk voorgeoefend en gedeeltelijk ongeoefend. De voorgeoefendheid kan o. a. verkregen worden bij het voorbereidend militair onderricht dat door instructeurs uit liet leger gegeven wordt in al die plaatsen van ons Vaderland waar zich een bepaald aantal jongelieden voor dat onderwijs aanmelden. Ten einde de billijkheid te betrachten is nader bepaald dat iedere gemeente in verhouding tot het geilede aantal miliciens, moest stellen een zeker getal achtmaanders en een bepaald aantal viermaanders. Dit streven naar billijkheid leidde echter tot groote onbillijkheid. Een gemeente waar bijv. geen voorbereidend onderricht was gegeven omdat niemand zich voor dat onderwijs had aangemeld, leverde toch haar contingent viermaanders (ongeoefenden dus) terwijl in een andere gemeente — die bijv. tien viermaanders moest stellen — wel vijf en twintig voorgeoefend waren. Zoo kon dus ontstaan en ontstond ook werkelijk de toestand dat men kreeg ongeoefende viermaanders en voorgeoefende achtmaanders, wat natuurlijk ontevredenheid wekte. In 1907 werden bijv. ingedeeld :

11946 ongeoefende achtmaanders, 84 voorgeoefende ,, 3368 ongeoefende viermaanders 1315 voorgeoefende ,,

Nu worden gedurende de eerste opleiding 4- en 8maanders gescheiden. In elk bataljon komen bij twee compagnieën achtmaanders, bij de andere twee compagnieën viermaanders1). De verdeeling over de compagnieën is dus zeer onregelmatig. De eene kapitein krijgt bijv. 65 achtmaanders, de andere 35 viermaanders. Opdat deze ongelijke sterkte niet te zeer op de

1) Hiervan is het gevolg dat de helft van liet aantal kapiteins der Infanterie gedurende acht maanden van het jaar, geen troep commandeeren.