is toegevoegd aan uw favorieten.

De politieke partijen en het volksleger

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterkte der compagnieën bij mobilisatie zon drukken, wordt het volgend jaar de toestand omgekeerd en komen de achtmaanders op bij de afdeelingen, waar het vorige jaar de viermaanders dienst verrichtten en omgekeerd. Hierdoor beschikt ieder kapitein bij mobilisatie over een gedeelte meer- en een gedeelte minder geoefenden. Maar hij die mobilisatie worden er van de bestaande vier bataljons per regiment zes geformeerd, waarbij door alle bestaande compagnieën het een derde van hare sterkte wordt afgegeven om daaruit de nieuwe afdeelingen te scheppen.

Reeds bij de behandeling van de militiewet 1901 iu de Eerste Kamer verklaarde de Heer van dek Does de Willebois het volgende : ,,Ik vind dit, n.1. dat „van de 45 50000 ingeschrevenen sleclits 17500 den druk „van den dienstplicht ondervinden — een zoo in het „oog springende hardheid en onbillijkheid dat het op den „duur tot groote ontevredenheid in den lande zal aan„leiding geven en ons brengen op den weg van den al„gemeenen dienstplicht in plaats van voorbereiding te „zijn, zooals beweerd wordt van een volksleger."

Ofschoon de laatste uitlating niet volkomen duidelijk is, kan toch erkend worden dat de achtmaanders met leede oogen de viermaanders aanzien en vooral diegenen die zonder getuigschrift werden ingedeeld.

Daarbij komt een zeker onbestemd gevoel dat ons leger erg duur is, wat in de Tweede Kamer reeds herhaaldelijk leidde tot besprekingen over eene bezuinigings-commissie, over aard en wezen waarvan de heeren het echter niet eens konden worden. Ook andere factoren als: regeling van een weduwenfonds voor

O O

militairen beneden den rang van officier, het ontbreken van een capitulanten-stelsel en wettelijke regelen omtrent bevordering, maakten dat leden van de Kamer, mede op grond van pessimistische uitlatingen van de Regeeringstafel, verklaarden : „Wij zitten met ons leger in het moeras". Het feit dat twee van onze kundigste officieren achtereenvolgens, op het oogenblik dat zij