is toegevoegd aan uw favorieten.

Delphi

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch vervolgen we onzen weg langzaam naar boven over de met groote steenblokken geplaveide straat; dit plaveisel is zeker niet het antieke, doch moet er in later Romeinschen tijd gelegd zijn. Verscheidene dier blokken vertoonen aan den onderkant inscripties uit de laatste eeuwen vóór Christus; andere zijn op dusdanige wijze bewerkt, dat het duidelijk is, dat ze oorspronkelijk tot een ander doeleinde, tot muurbouw hebben gediend. Niettegenstaande dat kunnen we toch wel zeggen, dat in vroeger tijd de weg er ongeveer juist zoo moet hebben uitgezien als thans; ja, de meeste steenen hebben zonder twijfel in oudGriekschen tijd reeds dezelfde bestemming gehad, al zijn ze bij deze latere bestrating van hunne plaats gerukt. Dit feit kunnen we met groote zekerheid vaststellen. Immers, het is eene bekende zaak, die wij bij bijna elk antiek plaveisel kunnen waarnemen, dat men gewoon was in het midden van den weg twee vrij diepe, evenwijdige goten in de steenen uit te hakken, die groote gelijkenis met een wagenspoor vertoonen, waarschijnlijk echter slechts dienden tot afvoer van het regenwater. Verscheidene der steenblokken nu , die we op onzen weg vinden , vertoonen zulke geulen. Ze loopen echter geen van alle in dezelfde richting, zoodat er geene doorloopende goot wordt gevormd, doch alleen elk blok op zichzelf ingehakt is. Daar die inhakkingen natuurlijk wel hebben plaats gehad met het doel, om eene dergelijke afwatering tot stand te brengen, mag men daaruit besluiten, dat deze blokken oorspronkelijk wel in een plaveisel gebruikt geweest zijn, in hetwelk eene dergelijke goot was uitgehouwen, dat ze er echter later uitgenomen zijn, om tot eene tweede bestrating te dienen, waarbij men het maken van zulke goten veronachtzaamde. Hebben we dus in de tegenwoordige bestrating met recht een plaveisel uit later tijd herkend, zoo volgt hier tevens uit, dat in de antieke straat dezelfde en gelijke steenen hebben gediend, dat deze dus ongeveer hetzelfde aanzien moet hebben gehad als de tegenwoordige.

Wanneer we dan de in het vorige beschreven wijgeschenken en standbeelden gepasseerd zijn, noemt I'. ons een schathuis der Sikyoniërs (X. XI. 1) en dit alleen reeds zou ons voldoende recht geven het eerste gebouw, dat we tegenkomen, iets lager dan de weg, aan den linkerkant ervan gelegen (*), daarvoor aan te zien. Versterkt wordt dit vermoeden nog dooi' het feit, dat het materiaal, waaruit het gebouwd was, dezelfde tufsteen is, die ook in Sikyon wordt gevonden en waarvan ook op andere plaatsen, b. v. in Olympia, de wijgeschenken der Sikyoniërs zijn vervaardigd. Het is nog mogelijk, uit de grondslagen en de weinige muurresten ervan het gebouw te reconstrueeren. Het was , evenals alle schathuizen, eene vierkante ruimte, aan drie zijden door muren omringd, aan den voorkant opengelaten, waai' twee vierkante hoekpijlers en enkele dorische zuilen daartusschen de architraaf ophielden , die op hare beurt weer de triglyphen en metopen droeg , boven (*) Zie kaartje , n°. 11,