is toegevoegd aan uw favorieten.

Delphi

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezien, aangezien daar alleen iets anders dan een gladde muur zichtbaar is. Wilde dus P. zien , wat de bestemming dezer beide gebouwen was, dan moest hij zich aan den westkant ervan bevinden, d. w. z. hij moest staan op het plein, waar de heilige weg eene bocht maakt ('). Daar stond hij echter vlak tegenover het gebouw, dat hij aan zijne rechterhand had gehad, en natuurlijk: hij noemt het eerst, wat hij 'teerst kan onderscheiden, het schathuis der Syphniërs, 'twelk ik dus niet twijfel in dezen bouw ten noorden van den weg te herkennen (-J-). ITet schathuis der Cnidiërs, ons punt van uitgang, hetwelk voor hem, die zich op dit pleintje bevindt, meer achterafligt, zal hij straks pas vermelden, wanneer hij eerst de twee naastbijgelegen gebouwen, die der Atheners en der Boeotiërs, heeft genoemd (P. , X. XI. 4).

Deze beide zijn door inscripties geïdentificeerd, het laatste als de bouw ten zuidwesten (zie kaartje, n°. 15), het eerste als die ten noorden van het plein (zie kaartje, n". 16). Vooral het schathuis der Atheners, na den slag bij Marathon den god gewijd, trekt in 't bijzonder onze aandacht, vooral door den langen fundamentbouw, die ten zuiden ertegen aangelegd is (zie kaartje, n°. 16a). Deze droeg eene marmeren basis, welker fragmenten, in de juiste volgorde geplaatst, ons deze inscriptie geven: »De Atheners aan Apollo, de buit, op de Mediërs behaald na den slag bij Marathon". Gaten, verschillend van grootte en van vorm, in den bovenkant dezer marmeren blokken bewijzen, dat de basis moet hebben gediend tot het dragen van bronzen wijgeschenken. Deze basis, met de wijgeschenken, die zij droeg, zonder twijfel ongeveer gelijk met het schathuis opgericht, diende dus tevens tot ornamentale versiering van den zuidmuur van het gebouw. De twee schathuizen, nog door P. genoemd (X. XI. 4), die van Potidea en van Syracuse, zijn ongetwijfeld de twee gebouwtjes, die ten westen het plein begrenzen (zie kaartje, n'8. 17 en 18).

Wanneer men dus uit het lagere, met standbeelden versierde gedeelte van den heiligen weg de gang, welke door de naakte wanden der schathuizen van Cnidos en Syphnos gevormd werd, doorgegaan was, bevond men zich plotseling in eene geheel andere omgeving. Een pleintje, aan alle kanten omringd door monumentale gebouwen, bieren daar slechts door een enkel wijgeschenk opgesierd, eene kalmte na de schittering van straks, waar de geest kon rusten op de streng zuivere lijnen van den dorischen bouwstijl na het grillig vormengetoover van zooeven. We zijn hier wel op eene der drukste plaatsen van het geheele heiligdom; van alle kanten komen er wegen (P., X. IX. 1) op dit plein uit. De eigenlijke heilige weg echter loopt in noordoostelijke richting verder langs eenige ruïnen, over welke P. ons geheel in het duister laat. We willen onzen gids volgen, die, wanneer hij zich naar dezen kant

(") Dit punt, waar 1'. volgens bovenstaande redeneering moet hebben gestaan, is op liet kaartje aangeduid met A.

(f) Zie kaartje, n». 14.