is toegevoegd aan uw favorieten.

Rapport aan de commissie van bijstand in het beheer der gemeentewaterleidingen van Amsterdam in zake de exploitatie van de prise d'eau dezer waterleidingen te Leiduin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De oorzaken nagaande van de zooveel gunstiger uitkomsten van de 's-Gravenhaagsche exploitatie, dan zijn deze ontegenzeggelijk te zoeken in de beide navolgende omstandigheden:

1° dat de Directie der 's-Gravenhaagsche Duinwaterleiding nimmer heeft kunnen instemmen mot de Amsterdamsehe schrikbeelden aangaande de verzouting van de prisc d'eau, die het gevolg zou zijn van eene afpomping tot een lager peil dan A.P.;

2° dat het door mij sedert 1884 bij do 's-Gravenhaagsche Duinwaterleiding ingevoerde draineerstelsel do mogelijkheid heeft doon ontstaan om op eenvoudige en weinig kostbare wijze do beschikking te verkrijgen over de groote hoeveelheden goed water, welke door de ter dispositie staande duinterreinen kan worden geleverd.

Over deze boide punten eonigo beschouwingen:

Het is hier, volgens mijne opvatting, zeker do plaats om in eenige 1" Verzoubescbouwingen te treden, ton einde het ongegronde van dozo vrees aan te toonen. Ik zal daarom beginnen met eene mededeeling omtrent de ervaring, die bij de exploitatie der 's-Gravenhaagsche Duinwaterleiding is opgedaan bij de uitvoering van oen werk, dat bijna 12 jaren achtereen heeft geduurd en dat als eene beproeving k outrance kan beschouwd worden en verdere discussie dienaangaande zoo goed als overbodig maakt. Men oordeele :

Gedurende het bijna 12-jarige tijdperk, dat gelegen is tusschen de maand September van hot jaar 1889 en Mei 1901, word den gehoolcn tijd alleen het voorste pand van de watervang gebruikt om in de behoefte van den dienst te voorzien, ten einde in liet belang van do uitvoering der werken ten behoeve van de prise d'eau rondom het Pompstation het peil zoo laag mogelijk te houden. Daardoor konden op zeer weinig kostbare wijze dozo werken over eene lengte van ruim 7500 Meter voltooid worden.

Deze uitvoering duurde — zooals gezegd — bijna 12 jaren, gedurende welke het peil voortdurend, d.i. winter en zomer, dag en nacht, beneden 2,00 M. -f- D.P. (D.P. = 0,40 M.N.A.P.) werd gehouden, terwijl overdag de waterspiegel bleef schommelen tusschen 2,5 a 4 M. -f- D.P., zoodat de zijmuren van de verzamel kom, mot den bovenkant op 2 M. D.P.

gelegen, nimmer onder water kwamen.

Hierbij moet gevoegd worden de zoor sprekende bijzonderheid, dat dit vak van de prise d'eau gedeeltelijk is gelegen op een afstand van minder dan 600 M. uit liet strand en dat juist op dat pnnt bij eene diepte van meer dan (>0 Meter -f D.I'. geen spoor van verzouting viel waar te nemen.

Nu is eene maximale afpomping, die bijna 12 jaren onophoudelijk voortduurt, uit den aard van de zaak alleen onder excoptioneele toestanden denkbaar, doch bij eene normale exploitatie geheel ondenkbaar, omdat bij eene geregeldo exploitatie do maxima van afpomping alleen bij een zeer groot verbruik plaats hebben in een tijdperk van groote droogte en omdat een dergelijk maximum-verbruik bij eone geregelde exploitatie zoo goed als nooit verscheidene dagen achtereen, en in geen geval dag en nacht,