is toegevoegd aan uw favorieten.

Advies van den directeur der gemeentewaterleidingen, aan Heeren Burgemeester en Wethouders van Amsterdam op het rapport ... uitgebracht door den Heer Th. Stang

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerst komt daarvoor in aanmerking het Boogkanaal, dat het gemakkelijkst zal kunnen gedraineerd worden door middel van het bestaande stoomgemaal. Wanneer deze draineerinrichting is voltooid, kan de grond van het 450 Meter lang ingevulde gedeelte over de tot stand gebrachte draineeringen worden gebracht, terwijl aan de andere zijde van deze invulling een gedeelte van den grond kan dienen tot ophooging van den bodem boven de draineeringen in het Van der Vlietkanaal, nadat daarin is aangelegd de gegoten ijzeren transportleiding, zooals in het bovenstaande is aangetoond.

Wordt daarna het Barnaertkanaal in bewerking genomen — zooals onder het Hoofdstuk kortelings vermeld — dan zullen de draineeringen der kanalen van de le groep voltooid zijn over eene lengte van:

het geheele Boogkanaal rond 2000 M

„ Barnaertkanaal „ 2500 „

te zamen . . . 4500 M

Het watergevend vermogen van deze kanalen is wegens het daarin te verwachten verhang lager te stellen dan dat van de bovenomschreven hoofdader.

De capaciteit per etmaal stellende op I2I/2 M3 per strekkenden Meter, blijft men lager dan de werkelijkheid, zoodat de opbrengst van deze kanalen kan gesteld worden op:

4500 X 12V2 = 56250 M3 per etmaal en voor het Van der Vlietkanaal 34000 „ „ „

te zamen . . . 90250 M3 „ „

waarbij nog gevoegd moet worden het rendement van de bestaande kanalen van de 2e en 3e groep.

Voor do Haagseho Duinwaterleiding bestaat er voor het tegenwoordige een behoefte van gemiddeld '21.633 M3 en van maximaal 32.551 M3 per etmaal, en in het Haagsehe Jaarverslag van 1904 leest men woordelijk: ,/de draineerleidingen ter gezamenlijke lengte van ruim 15.000 M. hebben

een vermogen van:

544: liter per seconde of per uur 1958 M3

voor do bronnen boven gevonden 2178 n

Te zamen 4136 M3

dus voldoende voor eeu maximum-verbruik van 80.000 M3 in een etmaal".

Daarna zijn in 1905 en 1906 nog meerdere //Spranken", over 761 M. lengte, //afgewerkt", waaraan ongeveer f 100.000 zijn besteed.

Nu mag toch wel eens gevraagd worden, waarom nog steeds en aldoor nieuw en kostbaar werk moet worden gemaakt, terwijl volgens de eigen woorden van don rapporteur, reeds in 1904 de werken in de //watervang" een vermogen heeten te hobben van meer dan het dubbele van wat in 1906 werd gevraagd.

Op de begrooting voor het jaar 1907 is weder een bedrag van f 60.000 aangeteekend, evenals voor 1906.

Een van beide: öf de ,/watervang" hoeft niet het vermogen, hetwelk door den rapporteur met zooveel ophef wordt verkondigd, öf er wordt