is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige waarnemingen over de werking van water op antimomiumchloruur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„acide muriatique" (Tome I. 253), als kunnende ontstaan uit dit zuur en de „base saliüable, 1'oxydc d'antimoine". De nieuwe naam is dus muriate d'antimoine, terwijl als de oude vermeld wordt: Sel marin d'antimoine. De vorming van Chloruren uit acide muriatique oxygéné (Chloor) en grondstofïen was Lavoisier waarschijnlijk onbekend. Wat hij mededeelt over het ontstaan van zouten uit dit acide muriatique oxygéné (Chloor) en de „bases salifiable", die Berthollet bereid heeft, past op hypochlorieten of chloraten (p. 257). Daaronder wordt ook een antimoonverbinding opgegeven , blijkbaar slechts ter wille van de analogie.

Eerst in het begin dezer eeuw, nadat het Chloor als eene grondstof door Davy erkend was, is de atomistische samenstelling van het Antimoniumchloruur bepaald. De oudste analysen zijn van Davy, Göbel en in 1825 van H. Ko.se *)

Berekend Davy. Göbel. H. Rose.

Sb 129 54.85 60.42 54.98 53.27 Cl, 106.2 45.15 39.58 45.02 46.73

226.2 100.— 100.— 100.— 100.-

Berzelius deelt daaromtrent niets mede. 2)

Later hebben nog Weber en Dumas de formule

') Dogg. Ann. 3.441.

2) Slechts de formule wordt aangegeven. Lehrbuek der Chemie. T'ebersctzt von Wöhler 1832 4.702.