is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige waarnemingen over de werking van water op antimomiumchloruur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

watermolekulen voorstelt, wordt, hoe grooter de invloed van die fout op liet aantal molekulen C1H (op 100 Mol HoO) wordt.

Ik heb voor één geval de samenstelling berekend, --namelijk wanneer de fout van het Sb, of van het Cl, 1/10 Atoom bedraagt, zoowel te veel als te weinig, afzonderlijk of tegelijk en wel bij een paar verhoudingen tussclion bet gehalte aan SbCl3 aan HC1 en aan HoO. De later te vermelden proef (nr 79) bij welke de hoeveelheid water ongeveer 20 Mol bedroeg, gaf:

11.76 SbCl3 — 1.25 HC1 — 19.18 H20 *) dus op 100 Mol:

61.31 Sb — 6.51 „ — 100 „

Deze verhouding zoude worden:

aan SI) aan Cl

la) voor '/io te veel SbCl, HCl HjO SbCI3 HC1 H20

59.0 _ 7.84 — 100 lb) 58.8 — 5.75 — 100

., ... • • aan Sb aaTI Cl

2a) „ At te weinig 64.1 — M3 — 100 2b) 01.9 - 7.1 100

3) „ „te veel 583 _ 7 23 _ 100

van beiden

4) „ „ te weinig 62 ö_5 9 _ 10Q

van beiden te veel Sb )

5) „ „ en te \ 59.9 — 8.7 — 100

weinig Cl V

6) te weinig 61-_4 7 _m Sb en te veel (1

') Deze hoeveelheden atomen of moleknlen zijn berekend met de mfir als eenheid, dus 1 At Sb — 120 mGr; 1 Mol HCl — 36.45 m(ir; 1 Mol HjO — 18 mGr.