is toegevoegd aan uw favorieten.

Het gouden feest van het Nederlandsch tijdschrift voor geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het als oprichter en mede-redacteur dier bladen betreuren, als lid onzer vereeniging mag ik heden niet anders doen dan er over juichen, dat het deze wetenschappelijke onderneming in den laatsten tijd klaarblijkelijk niet erg voor den wind gaat.

Voor de referaten hebben wij sinds eenige jaren een concurrent in de Miilifche Revue en eindelijk zijn er nog verschillende speciale tijdschriften, die met meer of minder succes bestaan.

Dat alles wijst op een krachtig ontwikkeld medisch-wetenschappelijk leven in ons vaderland en is een reden tot blijdschap. Voor iedereen, en in het bijzonder voor onze vereeniging, die zonder zelfverheffing dank jaar kan constateeren, dat haar tijdschrift nog altijd de primus inter pares is.

Dat daarvoor de noodige moeite gedaan is, kan ik u verzekeren. De algemeene vergadering, die telkenjare gehouden is, hield zich altijd bezig met het opsporen van middelen om te maken dat het Tijdschrift beter en beter werd. Wanneer men de korte verslagen dier vergaderingen nagaat, dan treffen vooral vier punten.

Het eerste is, dat voortdurend de vraag behandeld wordt, hoe men heeft te zorgen voor geregelde referaten, omtrent wat er in de verschillende takken iler geneeskunde wetenswaardigs wordt gepubliceerd. In den beginne vooral is daarover getobd, toen men nog naief genoeg was te meenen, dat ieder redactielid ook actief zou medewerken, behalve door kritiek op het werk van anderen. Kerst met de aanstelling van vaste medewerkers is de betere periode voor dat deel van het Tijdschrift aangebroken en doordat de redactie voortdurend het oog op die medewerkers houdt, de al te vlijtigen remt, de tragen aanport en de al te luien door anderen vervangt, zorgt zij dat, ook wat de referaten betreft, het blad aan billijke eischen beantwoordt.

liet tweede punt is, dat, al sinds jaar en dag en met name sinds 1881, telkens en telkens weer, de aandacht der redactie gevestigd wordt op de noodzakelijkheid sociaal-geneeskundige onderwerpen te behandelen. Volmaakt ten onrechte hebben sommigen het dan ook een jaar of wat geleden doen voork men, alsof die belangen in het Tijdschrift niet genoeg behartigd werden.

Dat dit in terdaad volmaakt ten onrechte is, kunnen de jaargangen van het Tijdschrift zelf getuigen. Dat kan verder worden bewezen door dat, toen de ongevallenwet hier stond te worden ingevoerd, de vereeniging een zeer bekwaam medicus naar Duitschland heeft gezonden om daar de werking der Unfallsversicherung te bestudeeren. De vruchten van die studiereis zijn in de belangrijke artikelen van dkknatkl te vinden.

Met een ander bewijs verklap ik misschien een geheim, maar daar wij hier toch onder ons zijn mag dat wel. Althans ik zal het maar doen. Toen de Centrale Commissie voor de Beroepsbelangen een jaar lang in den Raad van Redacteuren was opgenomen geweest, antwoordde mij een lid dier commissie, op mijn vraag: hoe het hem daar beviel?: best, maar ik weet niet goed, waartoe wij er eigenlijk zijn.

Onpartijdiger en eervoller getuigenis kan de vereeniging bezwaarlijk wenschen en, al spreekt er allicht wat te groote bescheidenheid van het bedoelde commissielid uit, het is een te schoone weerlegging van het bedoelde tegen het Tijdschrift gerichte bezwaar,dan dat ik het|hierniet met vreugde zou raededeelen.