is toegevoegd aan uw favorieten.

Het eiland Seran en zijne bewoners

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze zeetochten, die eene treurige vermaardheid hebben verkregen, noemde men de ,,hongi" en werden eerst in 1824 voorgoed afgeschaft.

In 1609 werd voor het eerst een schriftelijk contract met de hoofden op het eiland Ambon, alsmede met die van de negorij Roemah-Kai op Seran gesloten, waarin deze gehoorzaamheid aan den gouverneur der Molukken beloofden en zich verplichtten, kruidnagelen en sagoe, alléén aan de Hollanders te verkoopen. Later werden ook den negorijen Lessidi en Kambélo, plaatsen die vooral rijk aan nagelboomen waren, dezelfde verplichtingen opgelegd. Doch al spoedig liepen de zaken spaak, daar de Engelschen aldaar eveneens belandden en met de Hollanders trachtten te concurreeren. Daar de hoofden niet wilden luisteren naar de vertoogen van den Gouverneur Jasper Janszoon, om zich aan het contract van 1609 te houden, zoo werd ten slotte eene demonstratie met een vloot van 11 schepen, onder den tweeden opperlandvoogd van Ned. Indië den Heer Gerard Reynst, in 1615 noodzakelijk.

Doch de indruk daardoor verkregen, was geen blijvende, zoodat in 1618 de Heer van Speult „diegeen man was om zich te laten tergenna eerst de Hitoeezen te hebben getuchtigd, een hongi ondernam met 35 corra'1, ') bemand met tusschen de 3000 a 4000 koppen, om vooral de inboorlingen van Bonoa-Kélang en Asaoedi, die voornamelijk menschenroof pleegden, tot rede te brengen. Hij onderwierp genoemde oproerige stammen, dwong hen de geroofde menschen terug te geven en veroordeelde hen tot eene boete van 1800 petolen (kaïn patola, een eertijds zijden, thans gewoon katoenen kleed, waarmede tot op den huidigen dag nog boeten voldaan

') Zeer grootc kano's, die wel 100 man konden opnemen.