is toegevoegd aan uw favorieten.

Het eiland Seran en zijne bewoners

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goed. Op het eerste gezicht meent men dat het huis eene driehoekige doorsnede moet hebben, totdat een onderzoek onder het dak den inwendigen zesvlakkigen vorm laat zien. Het gezin brengt overdag het leven meest op de dego 2 (rustbank) onder het huis door, daar het binnen bijna geheel duister is De vervuiling van die donkere huizen is natuurlijk zeer groot en het ergste is dit bij de stammen oostelijk van Wahaï, waar men ook zijne behoeften door openingen in den vloer doet!

De woningen oostelijk van de straks gegeven lijn zijn familiewoningen, die tot een iootal zielen kunnen bevatten. Vooral de huizen achter Kobi zijn zeer groot en bestaan uit een vloer op palen rustend en een dak. De omwanding is alleen daar doorgetrokken, waar de kamertjes der gehuwden zijn. Overigens is er een rondloopende dego 2 beschut door een wand van eenige decimeters hoogte om het geheele huis gebouwd, waarop de ongehuwden slapen en het dagelijksche huiswerk wordt verricht. Iedere familie heeft haar eigen vuurhaard, bestaande uit eene leemen schijf, gevat in een band van boomschors, die over den vloer, welke meestal uit gespleten bamboe bestaat, heen en weder kan geschoven worden. Huisraad is er al bijzonder weinig en bestaat in hoofdzaak uit eenig keukengerei. Aan den wand ziet men bamboekokertjes om daarin harsfakkels voor nachtelijke verlichting te kunnen steken. Eenige rekken dienen om potten, borden en brandhout op te stapelen, terwijl messen, jachttuig e. d. eenvoudig tusschen de atappen van het dak worden gestoken. Bijna in iedere Alifoeroewoning vindt men de bekkeneelen van varkens, herten, koesoe2 enz. aan een balk hangen, terwijl de staarten van visschen tegen de wanden en stijlen worden gespijkerd. Dit doet de jager, om zich van eene voortdurend goede jacht te verzekeren.