is toegevoegd aan uw favorieten.

Het eiland Seran en zijne bewoners

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

péla niet gesloten mogen worden en men die als bloedschande aanmerkt. Zelfs sluiten wel negorijen van de Oeliassers een pcla met die van Seran hetgeen uitsluitend uit winstbejag geschiedt, want behalve dat de pcla elkander steeds moeten bijstaan, zoowel in den oorlog als bij het verrichten van groote werkzaamheden, huizenof kerkbouw enz., mag men elkander bij bezoeken als 't ware niets weigeren, waarom de Oeliasser de péla, waarmede de minder beschaafde Seranner zeer vereerd is, bezigt tot het kosteloos en gemakkelijk verkrijgen van sago, tuinvruchten enz., terwijl de kans, dat hij zelf wat offeren moet gering is, daar de Seranner zelden of nooit bij hem te gast komt.

Pamali. Over geheel Seran komt het „pamali" voor, d. i. vrij wel hetzelfde als het „taboe" der Nieuw-Zeelandcrs, een verbod om zekere dingen te doen, terreinen te betreden enz. Zoo is het voor sommige stammen pamali rijst te eten, voor andere weer zekere vruchten of riviervisch; ook voor enkele personen kan het een ot ander pamali zijn. De toppen van sommige bergen zijn pamali verklaard d. i. zij mogen niet beklommen worden; soms ook is dit het geval met terreinen en kapen, zooals de naam Tandjong Pamali aanduidt. Gedurende het omvaren van de Noordkaap van Boano is het bijv. verboden zijne behoeften te doen. Het maken van zout is voor alle Alfoeren pamali, ook zooals gemeld werd, het bouwen van steenen huizen. Dit pamali zijn, is soms den Alfoer ook behulpzaam om iets na te laten, waar hij geen trek in heeft. Zoo b. v. toen zij werden aangespoord om toch wat meer aan landbouw te doen en den grond om te spitten, antwoordde de W'ae Ramastam, dat zulks pamali voor hen was. De Radja van Hatoé, een tachtigjarige, vrij ontwikkelde grijsaard merkte