is toegevoegd aan uw favorieten.

Statistische en andere bijdragen tot de kennis van het astigmatisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de overige 74 pat. hadden 31 enkelv. astigmat. waarvan 6 AsM en 25 AsH. 3S samengest. y ,/ 12 As M = M en 26 As II — H.

3 gemengd „ „

2 patienten hadden strab. alternans, doch het meest strabeerende oog was hyperraetroop, 't minst strabeerende samengesteld hypermetropisch astigmaat. Volledigheidshalve heb ik deze laatste 2 er ook bijgevoegd.

Wanneer wij het aantal strabeerende patienten met samengesteld en gemengd astigmatisme in procenten uitdrukken tot het totaal aantal oogen met samengest. en gemengd, astigmatisme en dit evenzoo doen voor de strabeerende patienten met enkelvoudig astigmatisme, dan krijgen wij de volgende verhoudingen.

Aantal enkelv. ast. Aantal strab. Procent,

oogen.

304t> -'51 O.i»

Aantal samengest. ast. Aantal strab. Procent,

oogen.

2278 41 1.8

Hieruit blijkt das dat het enkelvoudig astigmatisch oog 2 maal zoo weinig kans heeft om te strabeeren als het samengesteld astigmatische oog.

Het procent aantal strabeerenden bij astigmatisme is dus feitelijk nog kleiner dan wij vermeld hebben, aangezien, zooals ons nu blijkt, wanneer liet astigmatisme samengaat