is toegevoegd aan uw favorieten.

De perithecium-ontwikkeling van Monascus purpureus Went en Monascus Barkeri Dangeard in verband met de phylogenie der Ascomyceten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TAPHRIDIUM Lagerh. en Juel.

Het geslacht Taphridium Lagerh. en Juel is door den laatsten auteur gepubliceerd in Buil. soc. myc. de France Bd. 17. 1901 en nader behandeld in Bihang till K. Svenska Vet.-Akad. Handlingar Bd. 27 Afd. III no. 16 1902 met twee soorten: Taphr. umbelliferarum (Rostr.) Lagerh. en Juel en Taphr. algeriense Juel.

Beginnen we met de verschijnselen der ontwikkeling dezer beide vormen ter vergelijking naast elkaar te zetten:

T. UMBELLIFERARUM. T. ALGERIENSE. .

I. In jonge bladeren vindt men al- ! Het vegetatieve mycelium vindt I.

leen subepidermale hyphen, waar- I men in jonge bladeren tusschen

5 van de cellen in sporangiën over- , alle weefsellagen. De hyphen

gaan en dan aan de ventrale zijden onder de bovenste epidermis leve-

hyphen uitzenden , welke tus- ren de sporangiën; sommige cellen

schen de palissadenparenchymcel- blijven vegetatief. Alle cellen zijn

len dringen (om zich te voeden?). veelkernig. De jonge sporangiën

l De vegetatieve cellen en de worden grooter en waarschijnlijk

| zeer jonge sporangiën zijn veel- heeft ondertusschen vermeerde-

kernig en de kernen in beide ring van kernen plaatsgevonden,

even groot. maar kerndeeling werd niet waar-

li. De sporangiumwand wordt dik- oenornen-

ker; het cytoplasme dichter. De sporangiumwand wordt dik- II.

ker.

III. | De kernen worden van 2—3

maal grooter (nucleolus en chro- De kernen worden grooter en III.

matinedraad). bezitten nucleolus en chroma-

De middelste wandlaag ver- tinedraad.

sliJmt- Alle kernen liggen in ééne rij, j IV.

IV ! Intranucleaire mitotische dee- in eene wandstandige laag proto-

ling van alle kernen (misschien plasma. Deze kernen zijn kleiner 2 op elkaar volgende deelingen.) dan die van stad. III.

V'. i F.enige kernen van den bouw Elke kern wordt het centrum ! V.