is toegevoegd aan uw favorieten.

De perithecium-ontwikkeling van Monascus purpureus Went en Monascus Barkeri Dangeard in verband met de phylogenie der Ascomyceten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door den wederzijdschen druk, welke deze op elkaar uitoefenen.

Deze sporen bevatten ééne zeer kleine kern.

Raadselachtig is de relatieve grootte der kernen, in fig. 10, 11 en 12 en die der jonge sporen in fig. 13 en van den sporeinhoud in fig. 14 en 1 5.

Ook met het oog op het door Jl'El. zelf vermelde feit, dat hij nooit eene kerndeeling heeft gezien, mag eene herhaling van dit onderzoek niet overbodig geacht worden. Ren cytologisch onderzoek van Kremascus, zou in verband hiermee, hoogstwaarschijnlijk van belang kunnen zijn.

THEl .KROLUS, Todk.

't Geslacht Thelebolus is door haren auteur met ééne soort, Th. stercoreus, beschreven in Fungi Mecklenburgenses selecti en Albertini en Schweiniz beschreven in Conspectus Fungorum eenen tweeden vorm, Th. terrestris.

De plaats van het geslacht in het systeem was vrijwel onbepaald door de gebrekkige kennis, vooral van zijne ontwikkeling. Afwisselend werd het tot de Ascomyceten en Gasteromyceten gerekend.

Zl KAi. was de eerste, die in 1885 uitvoerigere mededeelingen publiceerde over T. stercoreus in de Denksch. der Kais. Akad. d. Wissenschaften in Wien. Bd. LI, 1886.

Deze onderzoeker beschrijft de peritheciën als volkomen gesloten, met eenen wand, welke uit 3—5 lagen van polygonale cellen bestaat. Brengt men een perithecium in water, dan zwelt het vooral aan den top op, de wand barst en er treedt een sporangium naar buiten met eenen vrij dikken