is toegevoegd aan uw favorieten.

De perithecium-ontwikkeling van Monascus purpureus Went en Monascus Barkeri Dangeard in verband met de phylogenie der Ascomyceten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

len zich in het begin sterk en vrij los van elkaar, terwijl het ascogonium in dit stadium zich nog niet of weinig vergroot. Zoodoende ontstaan er in doorsnede beelden, zooals er één in lïg. 14 is afgebeeld en welke veel overeenkomst vertoonen met de fig. 16, 17 en 18 van BARKER.

Daarna gaat blijkbaar het ascogonium zich sterk vergrooten en de omhullende hyphen desorganiseeren, worden plat gedrukt en vormen samen eenen min of meer dikken, gelaagden wand om het ascogonium. Men neemt dan waar, wat in fig. 15 is afgebeeld. Het protoplasma is sterk gevacuoliseerd en bevat een aantal kleine, alle even groote kernen.

In een volgend stadium, is het protoplasma in het geheele ascogonium toegenomen (fig. 16) of het heeft zich aan ééne zijde van het ascogonium opgehoopt, terwijl de wand belegd blijft met een dun laagje protoplasma (fig. 17). Er bestaat op dit oogenblik eene neiging bij het protoplasma, om zich in ballen samen te trekken, rondom bepaalde middelpunten. Men neemt, zooals in fig. 16, spleten in het protoplasma waar, waartegen het omgevende protoplasma nu scherp is afgezet.

De praeparaten maken op mij den indruk, dat deze spleten ontstaan, doordat sommige vacuolen zich in de lengte strekken en zich vergrooten, doordat het omgevende protoplasma samentrekt. In het stadium, dat afgebeeld is in fig. 17, waarschijnlijk iets ouder dan dat van fig. 16, zijn de vacuolen minder gerekt en meer afgerond.

De kernen zijn niet alle evengroot. Enkele zijn grootei en liggen dan soms in een min of meer afgescheiden deel van het protoplasma (fig. 17 a) en de overige, kleinere