is toegevoegd aan uw favorieten.

De perithecium-ontwikkeling van Monascus purpureus Went en Monascus Barkeri Dangeard in verband met de phylogenie der Ascomyceten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 14. Doorsnede van een kluwen van hyphen, welke ontstaan is doordat ascogonium en pollinodium door hyphen omhuld zijn, terwijl het definitieve ascogonium zich nog weinig of niet vergroot heeft.

Fig. 15. Een jong perithecium, waarvan het ascogonium een aantal gelijke kernen bevat.

Fig. 16. Een perithecium, waarvan het protoplasma, dat een groot aantal kernen bevat, neiging vertoont, zich om bepaalde middelpunten samen te trekken en zoo protoplasmaballen — vrije cellen — te vormen. Deze half gevormde ballen zijn door spleten in het protoplasma omgeven.

Sommige kernen, b.v. c, zijn grooter dan de overige. In sommige gedeelten van het protoplasma, welke zich eenigszins hebben afgerond, b.v. a en b, vindt men twee kernen.

Fig. 17. Een perithecium, waarin het protoplasma zich aan één kant van het ascogonium heeft samengetrokken, terwijl de wand van het ascogonium met een dun laagje protoplasma bedekt is. De hoofdmassa van het protoplasma bevat ook weer vele kernen, waarvan sommige, o.a. a en d, grooter zijn dan de overige, welke zich gedeeltelijk weer paarsgewijze rangschikken, b.v. c, terwijl 6 eene vrijwel volledig gevormde vrije cel met 2 kernen is.

Fig. 18. Een perithecium met 4 viije cellen, waarvan 2 éénkernig (a en b) en 2 tweekernig zijn (c).

Fig. 19. Een doorsnede van een perithecium als in fig. 17 is afgebeeld, maar volgens een vlak, loodrecht op het vlak van teekening van fig. 17, zoodat de hoofdmassa van het protaplasma centraal ligt, terwijl de ascogoniumwand met een dun laagje protoplasma is bedekt.

Het protoplasma bevat 3 vrije cellen, waarvan 2 tweekernig en 1 vierkernig.

Fig. 20. Een perithecium met o.a. 4 vrije cellen, waarvan 2 tweekernig en 2 vierkernig.

Fig. 21. Een perithecium met twee protoplasmamassa's, welke zich nog niet als vrije cellen hebben gedifferentieerd, terwijl toch in haar al kerndeelingen hebben plaats gehad, zoodat de eene tweekernig en de andere vierkernig is. In de tweekernige protoplasmamassa's bij a is tusschen de beide deelingskernen een onvolledige band zichtbaar, welke zich sterker kleurt dan het omgevende protoplasma.