is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoekingen over tinamalgamen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorkeur moet gegeven worden is alsnog niet te zeggen. In 't laatste hoofdstuk kom ik hierop nog terug.

Bij 50° ligt de verzadigde oplossing volgens fig. 4 bij 2.7 "/#• De lijn voor 50' van fig. 8b moet dus bij dit percentage op de nullijn aankomen. Daar 't laatste bepaalde punt 1 "/« is, moet de lijn nog te veel verlengd worden voor 't snijpunt wordt bereikt. Toch wijst die verlenging op een snijpunt ongeveer ter plaatse van de genoemde concentratie van 2.7 °/0.

Verder zien we uit deze graphische voorstelling van fig. 8h d.it beide lijnen zoowel voor 25° als voor 50° asymptotisch tot de ordinaten as naderen. De vraag doet zich aan ons voor waar 't eindpunt zal liggen. Om deze te kunnen beantwoorden, zou het noodig zijn, ook nog te kennen de E. K. van een of ander amalgaam contra zuiver Hg, want de ljjnen moeten natuurlijk doorloopen tot zuiver kwikzilver, als oplossing beschouwd met 0 % Sn. Zulk een element zou een niet omkeerbaar wezen; er zou dus op 't kwik een depolarisator aanwezig moeten zijn, b.v. kalomel, maar daar 't tinchloruur op de mercurozouten sterk reduceerend werkt, is ook op deze manier geen omkeerbaar element te maken. Misschien zou door tusschenschakeling van een electrolyt b.v. HC1 iets te bereiken zijn. Kothmind ') heeft eene meting gedaan aan een element opgebouwd volgens 't schema:

Hg. kalomel n. HC1 | SnCL in n. HC1 tinamalgaam 0.15 at. */„ en vindt hiervoor 0.534 Volt, terwijl hij uit de afzonderlijke

') Zeitschr. f. physik. Chem. 15, 1 (1894).